Voordracht 14
Abraham
Ibrahim
14:37
ABRAHAM bad tot zijn Heer:
Mijn zoon Ismaël heb ik laten wonen
in een dor dal, bij Uw heilige Huis
in Mekka. Help zijn familie,
dat zij tot U bidden,
dat hun stadsgenoten hun welgezind zijn,
dat zij genoeg te eten hebben
en daarvoor dankbaar zijn.
Voordracht 58
De pleitster
al-Mujadila
58:1
God heeft DE PLEITSTER gehoord,
die klaagde over haar echtgenoot,
en God hoorde ook zijn betoog.
God hoort en ziet scherp.
Voordracht 76
De mens
al-Insan
76:1-4
Zouden Wij in de loop der tijden
ooit gedacht hebben dat DE MENS
Onze aandacht niet waard is?
Wij hebben hem geschapen
uit een druppel, uit een mengsel,
om hem te kunnen beproeven,
horend en ziend maakten Wij hem,
Wij hebben hem geleid op zijn weg,
of hij nu dankbaar was of ondankbaar,
maar ketenen en boeien en
de vuurgloed hebben Wij gemaakt
voor de ongelovigen.
Voordracht 94
De verruiming
ash-Sharh
94:1-8
Mijn boodschapper, jouw borst
hebben Wij toch VERRUIMD,
weggenomen de last
waaronder jouw rug kraakte,
en vergroot jouw roem?
Want na nood komt hulp,
ja, na nood komt hulp.
Dus als je er klaar voor bent,
streef dan naar de Heer
en verlang naar Hem.