Voordracht 31
Luqman
Luqman
31:13-14,16
LUQMAN zei vermanend tot zijn zoon:
Stel niets gelijk aan God, want dat zou
verschrikkelijk onterecht zijn.
Zorg voor je ouders en wees dankbaar
jegens God en hen. Al is het goede
of kwade dat je doet nog zo klein,
als een mosterdzaadje, zelfs als het valt
op de rotsen, God zal het vinden.
Hij is teder en goed geïnformeerd.
Voordracht 45
De knielende mensen
al-Jathiya
45:28
Alle gelovigen zullen OP HUN KNIEËN
liggen en worden opgeroepen
naar de Troon, waar de engelen oplezen
wat er van hen opgetekend is.
Op die dag
zullen hun daden vergolden worden.
Voordracht 90
Het oord
al-Balad
90:1-4,11-16
Bij dit OORD, dit oord waarin jullie mogen
wonen; bij ouders en hun kinderen:
de mensen hebben Wij zo geschapen
dat zij zich zouden bekommeren om elkaar,
maar op deze steile weg wagen ze zich niet.
Hoe weten jullie wat de steile weg is?
De slaaf vrijlaten of bij hongersnood
eten uitdelen, aan een wees uit je familie
of aan een arme die het moeilijk heeft.