Voordracht 37
Die in de rij staan
as-Saffat
37:1,44-49
Bij de engelen DIE IN DE RIJ STAAN
voor het gebed: De gelovigen krijgen
op rustbanken een beker wijn
die hen niet bedwelmt
en naast hen staan blanke vrouwen
met prachtige ogen.
37:81-82
Noach was Mijn gelovige
dienaar.
De anderen lieten Wij verdrinken.
37:102-107
Toen Isaäk groot genoeg was
zei Abraham tot hem: Jongen,
ik heb gedroomd dat ik je moet offeren.
Wat vind je daarvan?
Isaäk antwoordde: Vader,
doe wat u moet doen, als God het wil
accepteer ik het. Zij gaven zich over
aan Gods wil en maakten zich klaar.
Voordracht 69
Het wezenlijke
al-Haqqa
69:1-8
HET WEZENLIJKE. Wat is het Wezenlijke?
En hoe weet je wat het Wezenlijke is?
De Thamud en de 'Ad wilden niet geloven
in de wederopstanding. Ze werden verdelgd.
Zij lagen daar geveld als vergane palmtronken.
Zien jullie soms iets dat er van hen over is?
69:38-41
Ik zweer bij wat zichtbaar en onzichtbaar is:
dit zegt een respectabele boodschapper.
Het zijn niet de woorden van een dichter.