Langs de weg staat een engel
met wilde haren en een mond vol
verbazing, een engel van steen:
mama, je bent achtergebleven
je hebt teveel gezien
van de koolzwarte hemel
's Nachts trilde de grond, de deur
rammelde van boze buren. Ga weg!
riep papa. Wat willen jullie?
Mijn dochters? Zal ik ze sturen?
Ze zijn nog maagd. Hij riep ons
maar vlug vlug verlieten we de stad
die toen gestenigd werd
We hebben geen vriendinnen meer
Volgend jaar zouden we gaan trouwen
Zywa
Along the road
Along the road stands an angel
with wild hair and a mouth full
of astonishment, an angel of stone:
mother, you stayed behind
you've seen too much
of the carbon black sky
The ground shook at night, the door
rattled with angry neighbours. Go away!
father cried. What do you want?
My daughters? Shall I send them?
They are still virgins. He called us
but quickly quickly we left the city
that was stoned then
We no longer have friends
Next year we would get married
Zywa
Neben der Straße
Neben der Straße steht ein Engel
mit wilden Haaren und einem Mund voller
Erstaunen, ein Engel aus Stein:
Mama, du bist zurückgeblieben
du hast zu viel gesehen
vom kohlschwarzen Himmel
Nachts bebte der Boden, die Tür
klapperte von wütenden Nachbarn. Geh weg!
Rief Papa. Was wollt ihr?
Meine Töchter? Soll ich sie schicken?
Sie sind immer noch jungfräulich. Er rief uns
aber schnell schnell verließen wir die Stadt
die dann gesteinigt wurde
Wir haben keine Freundinnen mehr
Nächstes Jahr würden wir heiraten
Gedicht 473 Amsterdam, 2015-09-29 Lot, de zoon van Abrahams broer Haran, en zijn gezin ontvluchten Sodom (Zie ook Richteren 19:22-29) Bundel: Een Thuis Trefwoorden: Veiligheid: vlucht, Bijbel