Het is een stille intocht
onder het juk van berusting
en beleefdheid om werk, een huis
en een toekomst te vinden
Je zoekt elkaar op
de vertrouwde klank van de woorden
geeft in het nieuwe land een band
als broers en zussen, opgegroeid
met dezelfde gewoonten
en dezelfde verhalen
Sommigen willen voor altijd blijven
anderen zolang het nodig is, ze wachten
in dienst van anderen
De tijd verstrijkt langzaam
maar een van hen heeft succes
Jozef, het onloochenbare symbool
van een goddelijk plan -
de elfde zoon, achteraf gezien
natuurlijk de lieveling van de aartsvader
die misschien wel van hem heeft gedroomd
Zywa
Silent arrival
It is a silent arrival
under the yoke of acquiescence
and politeness to find work
a house and a future
You look for each other
the familiar sound of the words
binds you together in the new country
like siblings, grown up
with the same habits
and the same stories
Some want to stay forever
others as long as necessary, they wait
employed by others
Time passes slowly
but one of them has success
Joseph, the undeniable symbol
of a divine plan -
the eleventh son, in hindsight
of course, the darling of the patriarch
who may have dreamed of him
Zywa
Stiller Einzug
Es ist ein stiller Einzug
unter dem Joch der Gelassenheit
und Höflichkeit um Arbeit, ein Haus
und eine Zukunft zu finden
Sie treffen einander
der bekannte Klang der Worte
gibt im neuen Land eine Band
wie Geschwister, aufgewachsen
mit den gleichen Gewohnheiten
und den gleichen Geschichten
Einige möchten für immer bleiben
andere solange es notwendig ist, sie warten
im Dienst anderer
Die Zeit vergeht langsam
aber einer von ihnen hat Erfolg
Josef, das unleugbare Symbol
eines göttlichen Planes -
der elfter Sohn, im Nachhinein
natürlich der Liebling des Patriarchen
der vielleicht von ihm geträumt hat
Gedicht 3760 Amsterdam, 2021-04-27 Geen Uittocht (Exodus) zonder Intocht Jozef is zogenaamd een nakomertje (Genesis 37) Handelaar Joeja was adviseur van de farao's Thut-mosis IV (1397-1388 BCE) en Amen-hotep III (1388-1351 BCE). Hij was een immigrant in Egypte, woonachtig in Akhmim (Opper-Egypte) aan de Nijl, stroomafwaarts van de koningsstad. Gezien de schrijfwijze van zijn naam was hij waarschijnlijk dezelfde persoon als Jozef, die later als elfde zoon toegevoegd is aan de stamboom van Jakob. Joeja was getrouwd met Toeja (Anath), een Egyptische edelvrouw. Hun dochter Teje (geboren 1398 BCE) werd koningin in 1388, als vrouw van Amen-hotep III, en hun zoon Eje (geboren 1376) werd farao in 1323, als man van Ankh-es-en-Amon. Bundel: Een Thuis Trefwoorden: Succes, Bijbel