Onbekenden wierpen lage wallen op
in de velden buiten de stad
dus is er een wacht ingesteld
maar er gebeurt niets
Het is om gek van te worden
Sommigen sluiten zich op in hun huis
De wachten melden zich niet meer
Af en toe staat er iemand in de poort
te schreeuwen: Lafaards, lafaards!
En af en toe sluipt er iemand
weg, bijna wankelend, een vuist
geklemd om de sleutels van zijn huis
We zijn op onze hoede
en schrikken soms van elkaar
van haastige voetstappen op straat
Zywa
Nothing happens
Strangers raised low walls
in the fields outside the city
so a watch is set up
but nothing happens
It's maddening
Some lock themselves in their houses
The guards no longer show up
Every now and then, someone stands
at the gate shouting: Cowards, cowards!
And every now and then, someone slips
away, almost staggering, a fist
clutching the keys to their house
We are on guard
sometimes startled by each other
by hurried footsteps in the street
Zywa
Nichts passiert
Fremde haben auf den Feldern
vor der Stadt niedrige Wälle aufgeworfen
weshalb eine Wache eingesetzt wurde
aber nichts geschieht
Es ist zum Verrücktwerden
Manche verschließen sich in ihren Häusern
Die Wachen melden sich nicht mehr
Ab und zu steht jemand am Tor
und ruft: Feiglinge, Feiglinge!
Und ab und zu schleicht sich jemand
davon, fast taumelnd, die Faust
um den Hausschlüssel geklammert
Wir sind auf der Hut
und erschrecken uns manchmal gegenseitig
vor eiligen Schritten auf der Straße
Gedicht 5738 Amsterdam, 2025-12-10 Vier gedichten van Frida Vogels 5 oktober 1962 - Niets ontbrak hun 5 oktober 1965 - Men grijpt naar wat men reeds beproefde, is nooit 18 november 1965 - Het verraad lokte hem 28 augustus 1966 - Wie verlaten wordt treft schuld, wie zich op een morgen alleen ziet Bundel: Zelfportretten Trefwoord: Angst: dreiging Eerbetuiging aan: Vogels, Frida