Ik nader de vijand
en verschuil me
tot het donker wordt
Ik graaf me in, sluip
's nachts in mijn frontjas
om het terrein
te egaliseren
voor een verrassingsaanval
op een geschikt moment
Vechtend tegen de slaap
sta ik in de greppel te bijten
op de punt van mijn tong
en in de verte te turen
Op mijn schouderflappen
prijken mijn insignes
Zywa
Trench-coat
I approach the enemy
and hide until dark
I dig in, at night
I creep around
in my trench-coat
to level the terrain
for a surprise attack
at an opportune moment
Fighting sleep
I stand in the ditch, biting
the tip of my tongue
and peering into the distance
My insignia grace
my shoulder flaps
Zywa
Grabenmantel
Ich nähere mich dem Feind
und verstecke mich
bis es dunkel wird
Ich grabe mich ein, schleiche
nachts in meinem Grabenmantel
um das Gelände
zu ebnen
für einen Überraschungsangriff
im richtigen Moment
Gegen den Schlaf ankämpfend
stehe ich im Graben, beiße
mir auf die Zungenspitze
und spähe in die Ferne
Auf meinen Schulterklappen
prangen meine Abzeichen
Gedicht 5783 Amsterdam, 2025-12-19 Twee gedichten van Frida Vogels 27 december 1956 - Lafheid is de vijand tegemoet gaan 10 juli 1964 - Zich nog niet wagen aan de strijd De trenchcoat (loopgraven-jas) is gemaakt van gabardine, een waterdicht en warm weefsel Bundel: Zelfportretten Trefwoord: Oorlog: aanval Eerbetuiging aan: Vogels, Frida