Zywa
Homo curans
Zum Gutmachen war da eine gute Fee
Sie gab mir ihren Schleiermantel als Bett
als ein Zelt, eine Wirklichkeit
des Unsichtbar-Seins oder
Unsichtbar-Machens, des
Vergessens falscher Küsse
für die Lippen von heute
des immer neuen Tages
des Negierens dessen, was wehtut
des Niemals, Niemals Aufgebens
des Ausspuckens des Treibsands
des Lernens, dass ich mit mir trage
was ich zurückgelassen habe
Dieser kleine Lappen ist noch übrig
vom Schleier, oft zerrissen
um die Hälfte von dem, was ich hatte
jedem zu geben, den ich traf
| |
|
Zywa
Homo curans
Om het goed te maken
was er een goede fee
Ze gaf mij haar sluiermantel tot bed
als een tent, een werkelijkheid
van onzichtbaar zijn of
onzichtbaar maken, van
verkeerde kussen vergeten
voor de lippen van vandaag
van steeds een nieuwe dag
van negeren wat pijn doet
van nooit, nooit opgeven
van het drijfzand uitspugen
van leren dat ik bij me draag
wat ik achterliet
Dit lapje is er nog over
van de sluier, vaak gescheurd
om de helft van wat ik had
te geven aan wie ik tegenkwam
| |
|
Zywa
Homo curans
To make it up there was a good fairy
She gave me her veil-cloak as a bed
as a tent, a reality
of being invisible or
making invisible, of
forgetting false kisses
for today's lips
of ever a new day
of ignoring what hurts
of never, never giving up
of spitting out the quicksand
of learning that I carry with me
what I left behind
This little piece is left
of the veil, often torn
to give half of what I had
to whom I came across
|