In Köln, der Stadt der Mönche und Gebeine
gepflastert mit Zähnen aus mörderischen Steinen
mit Lumpen, alten Weibern, bösen Mädels
habe ich wohl zweiundsiebzig üble Nebel
gezählt, und viel Gestank, sehr unterschiedlich!
Nur, Nymphen der Kanalisation, bekanntlich
wäscht der Rhein in unvorstellbarem Ausmaße
den ganzen Schmutz weg aus den Kölner Straßen
aber sagt mir, Nymphen, welcher Zauber
macht als nächstes auch den Rheinfluß sauber?
Zywa
Keulen
In Köln, een stad van kloosters en gebeente
bestraat met tanden van fataal gesteente
met vodden, opoes, walgelijke sletten
daar telde ik wel tachtig stankboeketten
aparte geuren, plus nog vitriool!
Maar, nimfen van het stadsriool
de Rijn, 't is zo bekend als wat
spoelt al dat vuil weg uit de stad
wie, Nimfen, welke godenzoon
maakt nu de Rijn op zijn beurt schoon?
Gedicht 5259 Amsterdam, 2023-07-19 Köln (Samuel Taylor Coleridge) - 1828 Gedicht "Cologne" (Band "Poetical Works", 1834) Herakles/Hercules Übersetzungswettbewerb "Die Niederlande übersetzen" Band: Mosaikvirus Stichwörter: Stadt (Gedränge), Deutschland Ehrerweisung an: Coleridge, Samuel Taylor