Allein, allein, man ist zu viel allein
und vergeudet seine Zeit
sehnsuchtsvoll, ich will
keine vorbeigehenden Menschen
keine langweiligen Widerwärtigkeiten
keine tägliche Nutzlosigkeit
sondern Interesse
an meiner Existenz, an mir
Ja, ich will
leben, lieben
und mich kümmern und weitergeben
was nicht
verloren gehen sollte
Ja, das sollte so sein
Aber es gibt nichts zu sollen
und deshalb muss man
allein sein, viel
zu viel allein
Zywa
Te veel alleen
Alleen, alleen, men is te veel alleen
en verdoet zijn tijd
verlangend, ik wil
geen passerende mensen
geen saaie wederwaardigheden
geen dagelijkse nutteloosheid
maar belangstelling
voor mijn bestaan, voor mij
Ja, ik wil
leven, liefhebben
en zorgen en doorgeven
wat niet
verloren zou moeten gaan
Ja, dat zou moeten
Maar er moet niets
en daardoor moeten mensen
alleen zijn, veel
te veel alleen
Zywa
Alone too much
Alone, alone, one is alone
too much, wasting time
longingly, I want
no people passing by
no boring vicissitudes
no daily uselessness
but interest
in my existence, in me
Yes, I do
want to live, to love
and to care and pass on
everything
that should not be lost
Yes, that's how it should be
Yet there's nothing that should be
and that's why
one has to be alone
alone too much
Gedicht 5691 Amsterdam, 2025-10-09 Inspiriert von der ersten Zeile "Alleen, alleen, men is te veel alleen" ("Allein, allein, man ist zu viel allein") aus einem Gedicht von Frida Vogels), 1994 veröffentlicht in der Sammlung "De harde kern 3" ("Der harte Kern 3" [2. Teil, Paris]), geschrieben am 17. Oktober 1952 in Paris Band: Schwebender Regen Stichwörter: Allein: Einsam, Identität: Gesehen werden