|
Drei Frauen zwischen den Grabtomben eines Friedhofs (auf der Südseite des Ölbergs in Jerusalem) Die jüngste Frau (Hanna) trägt Orange, die Farbe der Liebe; sie reinigt eine Grabtombe mit einem Tuch und einem Eimer Wasser Die Frau mittleren Alters (Miriam, der Turm) trägt Blau, die Farbe des Glaubens; sie liegt auf einem der Wege aus flachen Steinen Die älteste Frau (Miriam, die Mutter) trägt Grün, die Farbe der Hoffnung; sie blickt über den Teil des Friedhofs, der sich im Theatersaal befindet MIRIAM, die Mutter [1-117] Hallo, ich bin Miriam - Maria, sagen die Griechen Ich habe den Kronprinzen geheiratet Wir haben allen geholfen die Hilfe brauchten denn darum geht es doch Wenn man König ist - gekrönt oder inoffiziell - lebt man für das Wohl aller [10] Das ist Der Weg Alle Wege Gottes führen zu unseren Nächsten Es war nicht leicht denn der wichtigste Teil des Landes war von den Römern besetzt und wir in den Randgebieten wurden überwacht Für sie waren wir Feinde [20] Rebellen, Mörder Sie verstanden nichts von unserem Glauben ernannten einfach Hohepriester die gar keine Priester waren Der wahre Hohepriester war ein Verbannter der entlang der Grenze zog und mit jungen Leuten über die Revolution sprach - [30] die Rückeroberung des Landes Bis die Kavallerie kam und ihn verhaftete Sie nahmen ihn mit, weit weg zur Festung, wo der Geburtstag des Königs gefeiert wurde und Prinzessin Salome tanzte Die Männer starrten auf ihren nackten Bauch und der König forderte sie auf [40] sich etwas zu wünschen Das Mädchen befragte ihre Mutter, die Königin und verlangte dann den Kopf des Heiligen Zu ihrem Entsetzen erhielt sie ihn, mal kurz, aus Respekt nein, aus Spott wurde der Kopf den Verwandten gegeben was sie in ihrem Aufstand bestärkte [50] Natürlich gab es einen Nachfolger: Simeon, den Sohn des Jona Unser ältester Sohn salbte ihn zum neuen Hohepriester - im Exil, so wie auch wir leben mussten, dort in Galiläa MIRIAM, der Turm [] [MT] [MM][1-220] Hallo, ich bin Miriam - die Miriam mit dem Titel 'Der Turm' Prämisse Inhaltsangabe Zusammenfassung Jahreszahlen | |
|
Drie vrouwen tussen de tombes van een begraafplaats (op de zuidzijde van de Olijfberg in Jeruzalem) De jongste vrouw (Hanna) is gekleed in het oranje, de kleur van de liefde; ze maakt een tombe schoon met een doek en een emmer water De vrouw van middelbare leeftijd (Mirjam, de Toren) is gekleed in het blauw, de kleur van het geloof; ze ligt op een van de paden van platte stenen De oudste vrouw (Mirjam, de moeder) is gekleed in het groen, de kleur van de hoop; ze kijkt uit over het gedeelte van de begraafplaats dat zich in de zaal bevindt MIRJAM, de moeder [1-] Hallo, ik ben Mirjam - Maria, zeggen de Grieken Ik trouwde de kroonprins We hielpen iedereen die dat nodig had want daar gaat het om Als je koning bent - gekroond of onofficieel - leef je voor ieders welzijn [10] Dat is De Weg Al Gods wegen leiden naar onze naasten Het was niet gemakkelijk want het belangrijkste deel van het land was bezet door de Romeinen en wij, in de buitengebieden werden in de gaten gehouden Voor hen waren we vijanden [20] opstandelingen, moordenaars Ze begrepen niets van ons geloof, ze benoemden zomaar hogepriesters die niet eens priester waren De echte hogepriester - in ballingschap in Galilea - was Joannes, de Doper Als vrouw van Jozef, de Panter was ik onofficieel de koningin [30] Jozef had in Galilea de leiding Hij smeedde plannen om de bezetter te verjagen en onze oudste zoon tot koning van het hele land te zalven Hij was jong en geliefd Hij zou een goede koning zijn Iedereen sprak hem al aan met zijn erenaam, Jehosjoea Jesjoe, Jezus: God Redt [40] De tijd was er rijp voor Alle belangrijke families steunden ons en Jesjoe kon vertrouwen op zijn broers Jakob, Jozefje, Juda en Simeon We troffen voorbereidingen en verzamelden een leger langs de grenzen van het bezette land Joannes, de Doper, trok vooruit en spoorde de jonge mensen aan [50] om deel te nemen aan de revolutie - de herovering van het land Tot de cavalerie arriveerde en hem arresteerde Ze namen hem mee, ver weg naar het fort waar de verjaardag van de koning gevierd werd en prinses Salomé danste De mannen staarden naar haar blote buik [60] en de koning daagde haar uit om een wens te doen Het meisje raadpleegde haar moeder, de koningin en vroeg toen het hoofd van de heilige En tot haar ontzetting kreeg ze het, even, uit respect nee, uit spot werd het hoofd aan de nabestaanden gegeven [70] wat hen sterkte in hun opstand Natuurlijk was er een opvolger: Simeon, de zoon van Jona Onze oudste zoon zalfde hem tot de nieuwe hogepriester in ballingschap, zoals ook wij moesten leven, ginds in Galilea waar we troepen verzamelden De winter was voorbij De mannen wilden actie [80] We kochten karren vol brood en vis, en trokken op naar Jeruzalem, waar we tussen de olijfbomen kampeerden op de Zalvingsberg In zijn huis goot Simeon een gouden kroon olie over Jesjoes hoofd Het was zijn mooiste verjaardag De nieuwe koning sprak [90] de mannen toe: Het is nabij! Slacht onze vijanden hier, voor mijn ogen! We zongen We moesten de belofte gestand doen We moesten onszelf bevrijden We moesten en mochten bloed vergieten [100] God stond aan onze zijde De mannen vochten wasten hun sandalen en voeten in bloed Ze rukten hun zwaarden los uit de lijken Daarna duurde het uren om het tempelplein schoon te spoelen, en alsnog werden ze de stad uitgejaagd [110] maar ze gaven niet op Kansen kunnen keren Met honderden trokken ze door de schacht onder de waterburcht de stad weer in Het was nabij! Zolang ze leefden was het nabij... MIRJAM, de Toren [118-141] [MT24] [MM117] Ik kon niet slapen van het geschreeuw uit de stad [120] aan de andere kant van het dal Het ging er hard aan toe De dolkmannen kwamen terug uit de Waterpoort Mijn lief riep opgetogen: Het is nabij! De overgave van de stad is nabij! De commandant, de Leeuw omhelsde mijn lief innig en toen [130] omsingelden de ruiters hen Ze sloegen mijn lief, de koning een oor af en namen hem mee Juda, de Leeuw, en zijn strijders vluchtten om zich te hergroeperen maar ze liepen zich klem in de engte bij de bron die sindsdien Bloedakker heet Het was nabij, het was voorbij Oh, mijn lief [140] wat zou jouw lot zijn? Waar was Gods hand? MIRJAM, de moeder [121-159] [MT135] [MM24] Simeon, de Rots, en zijn garde waagden hun leven om de koning te bevrijden maar er kraaide een haan: de dag brak aan, de kansen waren definitief verkeken Ze werden herkend en moesten maken dat ze wegkwamen [150] Ze hadden alles gedaan om hem te redden, daarom verdienen Juda, de Leeuw en Simeon, de Rots alle eer; zij zijn de helden van de opstand, ze vochten tot het uiterste, en Juda die de stad heeft ingenomen had nooit verguisd mogen worden als de 'Judas' die hij niet was MIRJAM, de Toren [160-171] [MT36] [MM135][-] [160] Hoe het ook verder ging zijn koningschap was voorbij Hij was verminkt, zonder oor was hij onwaardig om namens God te regeren maar Juda en zijn mannen vochten door om het land te bevrijden van de Romeinen Ze gaven niet op Leve de nieuwe koning! [170] want een van Jesjoes broers zou het overnemen MIRJAM, de moeder [151-157] [MT114] [MM108] xx MIRJAM, DE TOREN [139-1] [MT] [MM][-] Hallo, ik ben Mirjam - de Mirjam met de bijnaam 'De Toren' HANNA Het paradijs is ver weg en het is overal, overal waar De Weg gevolgd wordt Premisse Wat is de Weg om te volgen in het leven? Synopsis Mensen willen een goed leven. Als ze onderdrukt worden, willen ze daarvan bevrijd worden. En als dat lukt blijft het systeem vaak toch bestaan, omdat maatschappijen blijkbaar meer ingericht zijn op de belangen van de leiders dan op het welzijn van de bewoners. En hoe kun je binnen zo'n systeem een zinvol leven leiden? Welke Weg kun je het beste volgen? Wat zijn de grenzen van onze zorgzaamheid voor anderen? Samenvatting
Jaartallen Hanna is een van de eerste christenen, woonachtig in Rome; in het Grieks heet ze Johanna (Lukas 8:2-3), in het Latijn heet ze Junia (Romeinen 16:17) | |
|
Three women among the tombs of a cemetery (on the south side of the Mount of Olives in Jerusalem) The youngest woman (Hanna) is dressed in orange, the colour of love; she is cleaning a tomb with a cloth and a bucket of water The middle-aged woman (Miryam, the Tower) is dressed in blue, the colour of faith; she is lying on one of the paths of flat stones The oldest woman (Miryam, the mother) is dressed in green, the colour of hope; she looks out over the part of the cemetery that is located in the theatre hall MIRYAM, the mother [1-117] Hello, I am Miryam - Maria, say the Greeks I married the crown prince We helped everyone who needed it because that is what it is all about When you are king - crowned or unofficial - you live for everyone's well-being [10] That is The Way All God's ways lead to our neighbours It was not easy for the most important part of the country was occupied by the Romans and we, in the outlying areas were being watched To them we were enemies [20] insurgents, murderers They understood nothing of our faith, simply appointing high priests who were not even priests The real high priest was an exile who travelled along the border and discussed the revolution - the reconquest of the country - [30] with young people Until the cavalry arrived and arrested him They took him along, far away to the fort where the king's birthday was being celebrated and Princess Salome was dancing The men stared at her bare belly and the king challenged her [40] to make a wish The girl consulted her mother, the queen and then asked for the head of the saint To her dismay she received it, briefly, out of respect no, out of mockery, the head was given to the relatives which strengthened them in their revolt [50] Of course, there was a successor: Simeon, the son of Jonah Our eldest son anointed him as the new high priest - in exile, just as we too had to live, yonder in Galilee MIRYAM, the Tower [] [MT] [MM][1-220] Hello, I am Miryam - the Mirjam with the title 'The Tower' Premise Synopsis Summary Years |
| Home | Zurück zur: Langen Liste | |
![]() | Erwähne © Zywa bei der Verwendung von Texten, Designs, Zeichnungen, Gemälden und Fotos Wortsuche: CTRL-F | |