|
Duisternis Gerommel in de verte Het gaat waaien De wind neemt af terwijl het licht wordt Er staat een grote tent Vier schimmen van vrouwen in de tent LILITH komt naar buiten als een buikdanseres en maakt sierlijke bewegingen met haar armen; terwijl ze de mensen in de zaal luchtig toespreekt, blijft ze een beetje dansen [1-188] Hoe vertel je iets? Hoe vertel je bijvoorbeeld aan je kinderen, waar opa en oma vandaan komen? Kaïn bedacht God God had Opa uit de klei getrokken en Oma gemaakt uit een rib van Adam Kaïn wist nog niet hoe het zat Het slurfje van de man is juist later gekomen, als een toevoeging aan de vrouw-mens, en nu we dat weten moeten we het noemen zoals het is: God schiep de vrouw-mens en met een aanpassing ook de man-mens Geen man en man-nin meer! Geen man en wo-man Geen ish en ish-sha En dan doen we meteen ook wat aan het gebruik van de woorden fee en hoer; die zou je kunnen uitbreiden met man-fee en man-hoer bi- en non-bi-fee en -hoer trans-fee en trans-hoer - het kan niet op, maar zelf hou ik het liever simpel: geen ge-fee en ge-hoer meer! Ik besta niet om bekeken maar niet gezien te worden en ik ben zeker geen mannequin, geen man-neke! Lilith pauzeert even In de tent is het inmiddels lichter geworden Feeën zijn gewoon geesten Noem ze dan ook zo: geesten En man-mensen gaan gemakkelijker bij een vrouw-mens liggen dan andersom, dus zijn er in de praktijk meer man-hoeren dan vrouw-hoeren Veel meer man-mensen verkrachten Bij het woord verkrachten kijkt Emzara op Terwijl Lilith verder praat, staat Emzara op en loopt ze door de tent een vrouw-mens dan andersom Zij zijn de hoeren! Voor vrouw-mensen is de term discriminerend, stigmatiserend, onbruikbaar! Man-mensen zijn hoeren als ze uit zijn op een gelegenheid om hun opgewonden slurfje in een ander te steken Emzara kijkt indringend naar Lilith Terwijl Lilith verder praat, loopt Emzara naar haar toe Ze gaat bij haar in de buurt zitten Hoeren zijn mensen, jaja die veel seksuele partners hebben Noem ze batsers - man, vrouw, wat dan ook Batser is een woord dat voor iedereen bruikbaar is, net zoals het woord mens In de maatschappij is iedereen: mens! Alleen thuis blijft er een geslachtsverschil Thuis houden we de woorden vader en moeder in ere vanwege het biologische verschil in het voortbrengen van kinderen en in het functioneren van moeders en vaders Korte spreekpauze Hoe vertel je iets? Welke woorden kloppen? Kaïn bedacht God als onze vader-moeder Adam en ik waren mensen en toen, toen ik er aan toe was en ik hem voor het eerst in mij liet komen... en vervolgens Kaïn geboren werd veranderde ons leven! We genoten van onze baby maar de paradijselijke tijd was voorbij Adam ging er voortaan vaak alleen op uit Ik had hem geleerd om op te letten waar de fruitbomen staan en te vertrouwen op zijn neus om te weten waar de vruchten rijp zijn En ik had hem geleerd om vroeger op te staan dan de anderen, al in het maanlicht op pad te gaan om net iets verder weg de eerste te zijn, degene die het rijpe fruit plukt Daar was hij niet helemaal tevreden mee, hij voelde zich gekrenkt in zijn trots En ik weet nog dat hij niet durfde om een vrucht op te eten, maar omdat ik er niet ziek van werd kon ik hem verleiden tot een hapje Toch werd hij boos in plaats van me te bedanken Later draaide hij bij, maar fruit plukken vond hij nooit zÃjn werk Kaïn had dat al gauw door en heeft toen het paradijs bedacht met de boom en de slang en Gods verbod want als je God eenmaal in je hoofd hebt krijg je hem er niet meer uit, je moet er steeds een vervolg bij verzinnen zoals het verhaal van de appel Nu is het Rebekka die opkijkt en dichterbij komt zitten of de vijg, een rijpe vrucht met de slang die ons verleidde en de kennis die we opdeden en de reis die we maakten Adam liep voorop Hij wist de weg, zei hij En ik hield mijn mond Hij volgde gewoon de rivier Toen Kaïn zelf kinderen kreeg en aan hen wilde uitleggen waarom we steeds verhuisden verzon hij een engel die ons had weggestuurd om de wereld te gaan ontdekken en overal voor de dieren en de planten te gaan zorgen En tegen de tijd van Methusalem hadden zijn kindskinderen het verhaal nog verder uitgebreid want als Adam en ik de eersten waren die iets verkeerds hadden gedaan dan moest blijkbaar ook verteld worden wie de eerste was die een mens had gedood Niet een dier, om op te eten wanneer het feest was, en in de winter wanneer er weinig ander eten was Nee, een mens! Mirjam schudt haar hoofd en kijkt Rebekka veelbetekenend aan En dat kreeg onze zoon zomaar in de schoenen geschoven! Omdat Kaïn enig kind was kreeg hij een broer toebedeeld Over die broer hebben ze niet veel bijzonders verzonnen, hij is maar een bordkartonnen figuur die geen tekst heeft want zijn rol is slechts vermoord te worden Ter lering en vermaak Het schiep wel een probleem Een kwestie van eergevoel Want de verteller wilde niet afstammen van een moordenaar! Dus vooruit, hij verzon er nog een broer bij! Wat doen feiten ertoe bij een verhaal? Ze noemden onze derde zoon Set Hij kreeg het leven van Kaïn toebedeeld maar dan zonder de broedermoord Hij was immers daarna pas 'geboren' En nu was hij het die bomen kweekte bonen en grassen met eetbare zaden Nu was hij het die kanaaltjes groef en van leem een huis bouwde met een stevig dak Nu was hij het die gereedschap maakte en ledikanten timmerde terwijl de nakomelingen van Kaïn ergens anders leefden, al hadden ze wel nagenoeg dezelfde namen Dat is een slordigheidje in het verhaal Waarom de namen niet veranderd? Gelukkig kwam daar door de Zondvloed een oplossing voor: het nageslacht van Kaïn verdronk, en van Set's nakomelingen werd Noach gered door God Bij het woord Noach kijkt Emzara op Terwijl Lilith verder praat, staat ze op en gaat ze naast Lilith staan Zo kronkelt het vervolgverhaal als een slang tussen de feiten door als een poëtische samenvatting van de evolutie, van niets tot aan de mens, van rondtrekken tot aan een vaste woonplaats met gewoontes en gedragsregels tot die opgeschud worden Lilith slaat een arm om Emzara heen EMZARA [189-200] [E12] Een vaste woonplaats... Die hadden we alleen in de boot We zaten vast terwijl hij ronddreef Gewoontes, gebruiken... Die veranderden in de boot We konden geen kant op en werden stijf van verveling Het paradijs leek definitief verloren Jij hebt het echte paradijs gekend Hoe was dat? Waar was het? LILITH [201-212] [L200] Dat was toen we jong waren en de hele tijd aan elkaar dachten Toen we nog onbekommerd leefden Zonder zorgen om de toekomst van ons kind Het was geen speciale plek alleen: een vruchtbare plek Het was een manier van leven Samenzijn Samen genieten Harmonie Vrede EMZARA [213-400] [E200] Wij Rondtrekkers zien het paradijs vooral als een leven in vrede in een land zonder vijanden Een vrij land, ruim met grazige weiden en noten- en fruitbomen Ik ken er drie, paradijzen Een in het noorden: het Tweestromenland Een in het zuiden: de Rivierdelta En een in het midden: hier, waar we zijn het Laagland dat vervloekt is maar toch een paradijs, uiteindelijk ons land, helaas vervloekt: door onszelf - ongerijmder kun je het niet bedenken! Natuurlijk deugde het niet Wat zeg ik! Dood! Dood wilde ik! Mijn eigen zoon nog wel! Als een slang glipte hij de binnentent in, hij trok me mee naar het bed en wurmde zich uit zijn huid Opgewonden sjorde hij aan mijn kleren, dwong me om me uit te kleden en keek me woedend aan om me de mond te snoeren Er was trouwens niemand thuis en ik durfde het niet aan mijn man te vertellen Vrouwen worden om minder verstoten, en ik kon het niet Ik was niets meer, dood wilde ik Waar haalde ik de energie vandaan om op te staan en me te wassen het avondeten te maken en te doen alsof er niets aan de hand was en het voorbij was en hij niet meer zou komen? Was hij maar... Uiteindelijk hield het op Zijn broers betrapten hem en vertelden het hun vader Die niets deed Ook niet toen ik zwanger bleek te zijn Al die maanden spanning Groeiende woede in zijn buik De baby had hetzelfde gezicht dezelfde bouw als Cham Wat voor zekerheid kon dat geven over het vaderschap? Maar voor Noach was het duidelijk Hij tierde, schreeuwde woeste klanken om niet te vloeken maar vervloeken deed hij wel weloverwogen, aan tafel - de mannen en ik in een kring en de baby op mijn schoot Hij negeerde Cham en trof hem op zijn ergst door naar de kleine te wijzen en heel rustig te zeggen: Kanaän en al zijn nakomelingen zullen de andere geslachten dienen het volk van Sem, het volk van Jafet Het is een straf van God Wat kon hij anders? Zijn eer was geschonden en hij was oud, niet zo hard als met de Zondvloed Toen stond hij daar boven op het dek, alleen en hij hield zich doof voor zijn broers en zussen Hij hield zich doof voor zijn nichtje dat zelf haar baby'tje onderdompelde in het stijgende water dat haar aan de lippen stond Het vee en de vogels waren al verzopen Het was een straf van God Wij zaten binnen in de boot hoorden van tijd tijd water borrelen, laatste adems Van mensen die we kennen Mijn ouders waren te oud Ze zouden de reis naar ons niet hebben aangekund, en Noach vond ze niet serieus genoeg Maar mijn zusjes Mijn lieve zusjes... Bikkelhard was hij toen ze daar op de oever stonden te roepen om met ons mee te mogen En ja, met mijn schoondochters heb ik er nooit over kunnen praten Hun families, dat ligt zo gevoelig Nooit, definitief nooit meer zouden ze hun familie zien alsof ze zelf echt ontvoerd waren naar een nieuwe wereld Hij was hard. Hij legde het uit Het was onmogelijk om iedereen te redden Zo groot was de boot nu ook weer niet En bij wie trek je de grens? Bovendien was het niet zijn idee Het moest zo van God Die wilde opnieuw beginnen Een nieuwe wereld als het ware Dat van dat nichtje heeft hij me wel verteld Als een curiositeit die je vanaf een afstand observeert, zo'n beetje zoals ik denk dat God met verwondering de mensen beschouwt Ik weet het niet, misschien was ik er liever bij geweest liever verdronken dan te leven met deze herinnering Nou ja, Gods plan is mislukt dat idiote idee van een nieuw begin een schone lei Noach sloot een verbond met hem, maar onze zonen en hun vrouwen, wij met zijn zeven: waren wij een schone lei? Ik voel me schuldig medeschuldig aan al die doden al die mensen naar wie we geen hand uitgestoken hebben en als ik toen gestorven was in die Zondvloed, hoe erg ook dan was ik beter af geweest, en zou dat met Cham niet gebeurd zijn De vloek werd natuurlijk doorverteld aan de kleinkinderen die van Sem en Jafet En ze voelden zich goede mensen Om mij, Oma, en mijn eerbaarheid te ontzien, draaiden ze er omheen wat er precies gebeurd was In hun verhaal beperkten ze de schande tot het zien van Noachs naaktheid en de schuld daarvan legden ze godgeklaagd bij hem! Alsof het aandoenlijk is dat hij, de geweldige vader van de mensheid gedronken zou hebben! Trouwens, een akkerbouwer met een wijngaard is hij nooit geweest! Maar kinderen geloven alles En met dit verhaal maakten Sem en Jafet zich tot betere mensen dan hun vrome vader Allemaal leugens! Ook voor mijn bestwil zeiden ze, ja, als je zo'n man bent voor wie vrouwen verleidsters zijn In de beste families komt verkrachten niet voor en als dat toch gebeurt moet de vrouw wel schuldig zijn Schuldig, zelfs als ze je moeder is En nu zit ik hier, buiten de stad in het land van Kanaän mijn jongste zoon Jeruzalem, stad van vrede is ze genoemd, o, als dat maar geen oorlog brengt! Want een vloek maak je niet ongedaan... REBEKKA, de jongste van de vier vrouwen [] Jeruzalem, Jeruzalem... Vrede is niet de kern van de stad op de Rots Want hier is de Hel! Daar beneden, in de kloof van het dal van Hinnom, daar is de poort tot Hel! Vandaar al die oude graven Dichtbij de onderwereld Hier kwamen de koningen Achaz en Manasse offeren wanneer ze hun zoveelste oorlog gingen voeren Ze offerden aan de hemelse Koning opdat Hij hun als aardse koning de overwinning zou schenken In vol ornaat kwamen ze toezien op de aanleg van de lange greppel en het vullen ervan met droge takken die vlak voor de ceremonie over de hele linie aangestoken werden Ouders hadden een van hun kinderen een zoon of een dochter, aangewezen om de proef te doorstaan en van begin tot eind door de greppel te rennen De koningen moesten wel het voorbeeld geven, moesten wel een van hun zonen aanwijzen ook al kenden zij de afloop De deelnemers verbrandden levend en hun bloed vloeide weg in de kloof, de onderwereld in Brandende doden, dat is de Hel De profeten klaagden erover maar het heeft eeuwen geduurd voor het dal een vuilnisbelt werd om het offeren tegen te gaan En nog werden toen op het afval de lijken van misdadigers gedumpt en in brand gestoken Brandende doden, dat is de Hel Dat ik hier nog steeds zit! En dat ik hier heb geleefd altijd in de buurt van deze onheilsplek! Want dat offeren van een bloedeigen kind kwam niet uit de lucht vallen Er was een eerste keer! En wat zal ik zeggen? Mijn oudoom? Mijn man? De vader van mijn kinderen? Hij dus. Hij was de dader! En ik ben Rebekka, zijn derde vrouw Met mijn familie was ik in de bergen van Harran gebleven, toen Terach stierf en Abram en Lot naar het zuiden gingen Zo was het in Ur ook gegaan Toen Nachor senior overleed, hoefde Terach niet meer voor hem te zorgen en greep hij zijn kans Beter laat dan nooit! Met twee zonen, een kleinzoon de vrouwen, en de kuddes trokken ze omhoog langs de rivier door het Noordparadijs het Tweestromenland Dat was vruchtbaar, dus overal bezet Voor Rondtrekkers was er geen plaats Zo kwamen ze terecht in Harran waar mijn vader en al zijn broers en zussen geboren zijn, en toen ook ik We trokken er rond over de heuvels aan de voet van de bergen met hun witte toppen De winters waren koud de grond was hard, en het gras was stug Abram en Lot waren maanden onderweg en met elke stap lieten ze de wereld van hun ouders verder achter zich Ze spraken over God en haalden hun schouders op over de huisgoden van mijn familie die mij zo vertrouwd zijn Eén god vonden ze genoeg zeker als die god de machtigste is dus in feite de enige echte god is El Sjaddai, de Almachtige God de god die Abram zich toe-eigende Hij droomde ervan, zag visioenen en werd wakker met Gods belofte dat Kanaän zijn thuisland zou worden Kanaän, het land van de mensen die zijn stam zouden dienen zoals Noachs vervloeking luidde Mijn kleinkinderen hebben dat vastgepind op een plechtige bezegeling van een verbond: de wederzijdse beloftes van Abram en God - Kanaän, voorspoed en een groot nageslacht tegenover de overgave aan Gods Wil en het besnijden van de jongens om hen aan het verbond te herinneren Ze noemen hem Abraham, Edele Vader alsof God dat zo heeft beschikt EMZARA [] Maar wat is er nu zo edel aan zijn claim op Kanaän? Het volk van mijn jongste zoon zou hem de grote Abraham, moeten dienen? Dat zou God gewild hebben? Dat heeft God Noach laten bekendmaken? Ik geef toe, dat Noach het gezegd heeft maar die was nu eenmaal ouderwets LILITH [] Haha, Noach was ouderwets! Daar gaan we, met Gods nieuwe begin! Een schone lei toch? Met brave, gehoorzame mensen! EMZARA [] Ja, dat is het punt! Gehoorzaamheid, onderwerping Wat dat betreft was Noach net als God Wij moesten hem gehoorzamen En toen zei hij dus dat Kanaän de kinderen van zijn broers zou moeten gehoorzamen; hij zou niet eens echt de baas zijn over zijn eigen familie! Dat is geen patriarchaat meer Dat is kolonialisme. Het deugt niet! Mannen die de baas spelen over vrouwen zijn idioten en mannen die in staat zijn om een vrouw te verkrachten zijn verdorven, mijn eigen zoon als eerste, maar onderling dienen mannen elkaar te respecteren anders blijven we nergens dan komt er oorlog want niemand wil een kolonie zijn REBEKKA [] Maar goed, jaren later was Abram rijk genoeg om mij op te laten halen Ik moest hem meer zonen gaan geven Dochters had hij al genoeg maar over hen hoor je nooit iemand Die konden toch nooit de leiding krijgen en de kudde hoeden; dat is mannenwerk Aan dat besluit om mij op te halen is heel wat voorafgegaan Het was al jaren zo dat Abram slechts twee zonen had De tweede telde het meest want die was van zijn eerste vrouw en die was van dezelfde stam een halfzus (en ik ben een achternicht) Maar goed, die tweede, Isaak die viel hem tegen, die was niet de gedroomde stamhouder - meer een doetje, zo anders dan zijn grote broer Hoe dan ook, voor talrijke nakomelingen was meer nodig, en God was aan zet om Zijn belofte gestand te doen Voor wat, hoort wat dacht hij, maar wat is dat dan? Hoeveel schapen? Een voor elke zoon en kleinzoon, enzovoorts? Hij kwam er niet uit Tot hij zich bewust werd van de gedachte, dat alleen datgene, dat hem het liefste was... Hij bad om een beter idee maar de zwarte gedachte bleef dus kon hij niet anders: hij ging de Rots op En hij deed het Hij heeft het gedaan! Oh, de weloverwogen waanzin! Van een halfhartige gelovige! Hij bond zijn zoon vast op een rotsblok, sneed snel de keel door - zovele kelen had hij al laten leegbloeden Dat hoorde erbij, we moeten eten van de kudde die we verzorgen Maar toen, op de Rots, at hij niet Hij liet het lichaam verkolen En brandende doden, dat is de hel! In ieder geval voor Sarai toen hij thuiskwam zonder hun zoon Ze stierf van verdriet en ik werd de verzorgster van Abram de moeder van twee zonen, een tweeling Dat verlichtte zijn wroeging Hij was dol op onze zonen vooral op Esau, een sterke, stoere man een goede jager ook Een echte Rondtrekker! Jakob was huiselijk, gezellig Hij bleef liever op dezelfde plaats Hij was een halve boer zoals Laban, mijn broer in Harran LILITH [] Ja, dat is Gods opdracht: Verspreid je over de aarde maar doe dat om haar te bewerken De mens moet ploegen en zwoegen! REBEKKA [] Ik vond Jakob de beste om Abrams opvolger te worden Met een list regelde ik dat God vond het blijkbaar goed LILITH [] Het was God die jou op het idee bracht! Hij stuurt de mensen, Hij helpt ze om zich aan Zijn opdracht te houden: Ze moeten de aarde bewerken Natuurlijk mogen ze dromen van het paradijs fantaseren hoe het eruitziet Dat is een goede stimulans om met eigen handen aan een eigen paradijs te werken en te scheppen hoe het kan zijn als ze goed hun best doen Maar ze moeten niet gaan dromen dat het er nog is, dat ze alleen maar hoeven rond te trekken Op Rondtrekkers rust geen zegen! REBEKKA [] We hebben natuurlijk wel gelogen Alletwee, Jakob en ik Ik schaam me ervoor dat we dat gedaan hebben LILITH [] De slang in het paradijs was toch ook Gods idee! Daarom is Jakob af en toe een slangenmens die met gespleten tong zijn oude vader kon misleiden Ja, een slangenmens! Denk eens aan zijn gevecht met de engel! Die God zelf bleek te zijn! Hoe hij alle klappen wist te ontwijken! Niks aan de hand! Alleen een gebroken heup! Jouw man heeft toch ook gevochten met een engel, hier op deze berg! Wat mannen allemaal niet verzinnen om hun gezicht te redden! REBEKKA [] Ja, toen hij het vuur wilde aansteken kreeg hij een aanvechting Hij vocht tegen zichzelf als tegen een engel Ze vochten om het mes en Abram won Sarai, arme Sarai heeft daarna geen woord meer gezegd en Abram zweeg erover maar natuurlijk werd er over gepraat Jakob vertelde zijn kinderen dat zijn vader spijt kreeg en Isaak weer losmaakte omdat er een engel verscheen en ik ging daarin wel mee maar de spijt liet ik weg Alleen de engel bleef over De daad was te gruwelijk Geen vader die zoiets doet Geen god die zoiets vraagt En als hij het al vraagt laat hij het niet toe als hij de ware god is Nou ja, dat werd dus het verhaal En Isaak kreeg een plaats tussen de grote namen van de voorvaders Er overkwam hem niets, daarom leefde hij het langst van allemaal LILITH [] Grappig Dat is toch grappig! Kaïn vermoordt zogenaamd Abel, en Abraham vermoordt Isaak zogenaamd niet! LILITH danst REBEKKA [] En hij moest natuurlijk zonen krijgen om Gods belofte netjes uit te laten komen Abrams volk moest groeien, vanaf Isaak En toen kwam ik in beeld Ik was zoveel jonger dan Abram dat onze kleinkinderen gemakkelijk konden geloven dat ik niet met hem maar met Isaak getrouwd was LILITH [] Probleem opgelost! REBEKKA [] En de belofte kwam uit Jakob kreeg twaalf zonen Nou ja, niet echt, maar dat was nu eenmaal het goede aantal EMZARA [] Hm! Vooral de beroemdste zoon Jozef ja, die is erbij verzonnen! Het is gewoon kolonialisme! Een tijdlang zijn ze in Egypte geweest en dan, toen het regime instortte en ze daar weg konden, namen ze meteen maar de beroemdste buitenlander die er rondliep, mee! MIRJAM [] Dat was inderdaad een Aziaat Niet een van ons Maar al gauw was er niemand meer die tegen kon spreken dat hij bij ons volk hoorde Voor ons was het Jozef In Egypte heette hij Joeja Hij adviseerde de farao's LILITH [] Misschien was hij wel wijzer dan Salomo! MIRJAM [] Ja, het was indrukwekkend Natuurlijk is het al die jaren doorverteld alsof de verteller er zelf bij was Mensen houden van mooie verhalen Trouwens, we namen zijn botten niet mee; dat zou onmogelijk geweest zijn, want hij lag 700 km van ons vandaan begraven Pas toen Mozes op onze tocht door de woestijn over vroeger vertelde en we de verhalen hoorden, zoals van Joeja, die zijn opa was en de titel Geliefde Vader van de Farao droeg pas toen werd hij belangrijk voor ons en werd hij ook onze opa, Jozef - uiteraard de lieveling van Jakob Hij kon dromen uitleggen en bereidde als grootvizier het land in de zeven vette jaren voor op zeven magere jaren LILITH [] Verhalen zijn van iedereen En zeker van Rondtrekkers Zo zou het met alles moeten zijn: dat mensen delen met elkaar! EMZARA [] Precies! Eerlijk en open Geen bazigheid over anderen en niet de hebberigheid van: dit verhaal is van ons! Niet van een Aziaat iemand van ons maken, niet zomaar het verhaal van koning Sargon overnemen - zeg maar gerust: inpikken! In mijn tijd kende iedereen dat verhaal Dat een baby'tje kwam aandrijven in een biezen mand en geadopteerd is door een prinses Een gestolen verhaal! Ja, het is wel mooi, maar het gaat over een andere koning en over een andere god! MIRJAM [] Dat verhaal van Sargon ken ik niet en in ieder geval is onze Mozes niet komen aandrijven Hij was de kroonprins Hij is gewoon geboren in het paleis niet waar wij woonden, maar ver weg aan het hof in het zuiden Er was wel een aanknopingspunt voor het vondeling-verhaal: de farao, zijn vader was in een machtsstrijd verwikkeld met de priesters van Schepper-Amon dus werd de kleine Mozes naar de tempel van Schepper-Ptah gebracht, hier bij ons in de Rivierdelta was het veiliger EMZARA [] Hèhè! Het verhaal paste: Mozes stond tegenover de Egyptische macht Hij hoorde er niet bij, net als wij Hij was een van ons! LILITH [] Een beetje maar - dat hij er niet bij hoorde. Zijn opa mag dan een buitenlander zijn, maar hijzelf was toch maar mooi de kroonprins! MIRJAM [] Ver verwijderd van de intriges aan het hof, hoorde hij meer bij ons dan bij hen, en wij herkenden in Schepper-Ptah onze god: Schepper-Sjaddai, Almachtige God We waren arm in die tijd Het ging niet goed met de economie Er waren tegenslagen: een invasie van steekmuggen stalvliegen, veepest, mazelen, pokken hagel en sprinkhanen Bij ons in de velden ging het nog wel Daar was nog wel iets gezonds te eten, maar de Egyptenaren leefden van het graan uit de voorraadschuren en als die niet leeggevreten waren door de sprinkhanen waren ze vaak verontreinigd door de insecten en het moederkoren in de rogge, die giftige schimmel die mensen verminkte, of met hevige krampen deed sterven Vooral de eerstgeboren zonen van de Egyptische families leden eraan, want zij kregen in elk gezin het meest te eten LILITH [] O, speling van het lot! Alles heeft zijn keerzijde Elk voordeel kan een nadeel zijn Een voorsprong wordt een achterstand MIRJAM [] Zo stond het ervoor En toen de priesters erin slaagden om de farao te vermoorden werd Mozes' situatie hachelijk Hij beraamde een ontsnapping met ons als zijn nieuwe volk en ons wel en wee als zijn levensdoel Want hij begreep onze behoefte aan vrijheid, en werkte samen met mijn broer Aäron, onze priester van Schepper-Sjaddai Het was een hele operatie die veel voorbereiding vergde - genoeg karren regelen ze een grote onderhoudsbeurt geven reserve-onderdelen verzamelen de ossen laten rusten inpakken, alle huisraad en voorraden voor onderweg En op het juiste tijdstip gaan voordat het uitlekte en het leger gealarmeerd werd. Mozes regelde dat allemaal, hij zou beslist een goede farao geweest zijn Hij wist gewoon meer dan anderen Daarom kreeg hij de naam dat hij kon toveren of zoals de vrome mensen het zagen: dat God dat deed Hij overleefde bijvoorbeeld zijn aanstelling tot legeraanvoerder Dat was een idee van de priesters die hoopten dat hij in de strijd tegen de indringers uit het land van Poent zou sneuvelen: exit de troonopvolger! Mozes nam toen de heilige vogels de ibissen, mee in manden Voor een verrassingsaanval waagde hij het om de korte route door de woestijn te nemen die levensgevaarlijk was vanwege de slangen maar de ibissen beten de adders dood, zodat het leger de vijand kon overvallen in zijn slaap Het koninkrijk was gered en Mozes, de kroonprins werd gevreesd LILITH [] Mozes was een slangenbezweerder! Hij vliegt tussen de gevaren door en bijt de kelen van de priesters door Hij is wijzer dan een slang! EMZARA [] Maar even terug, toen bij die Uittocht naar de grens de doorwaadbare plaats bij de Bittermeren die geslaagde vlucht die op zich al bijzonder was - daar is toch ook een heel ander verhaal aan toegevoegd! Het moest nog spectaculairder en Gods almacht laten zien Er moesten stenen regenen en een rookpluim moest de zon verduisteren! MIRJAM [] Ja, dat klopt, natuurlijk dachten wij allemaal aan de verhalen over de tsunami die daar ooit was na de vulkaanuitbarsting op Thera Eerst werd de zee weggezogen en daarna het land op gestuwd Uit de zwarte wolken regende het puimsteen op de eilanden En ook in de Rivierdelta! Wanneer we over de Uittocht vertelden, noemden we die grote ramp ook altijd EMZARA [] Ik snap het, zo gaat dat met doorvertellen, en na twee generaties is het, zonder opzet één verhaal geworden REBEKKA [] Of is toch een culturele toe-eigening? Tegen andere volken kon je dat gecombineerde verhaal niet vertellen zonder te horen te krijgen dat het aparte gebeurtenissen zijn geweest, en dat je kennis niet moet bederven met geschiedvervalsing LILITH [] Rebekka heeft gelijk Verhalen zijn van iedereen en uiteindelijk is er maar één verhaal: dat van heel de mensheid REBEKKA [] Maar toen jullie de grens over waren zijn jullie niet meteen doorgereisd naar Palestina, dat land van Kanaän waar Emzara het over had MIRJAM [] Dat klopt, Mozes was daar streng in Hij wilde ons tot een echt volk smeden Een volk met doorzettingsvermogen En dat moest geoefend worden Er moest eerst een nieuwe generatie geboren worden, die nooit terug zou willen naar de Rivierdelta, waar ze alleen maar van gehoord hadden door verhalen die duidelijk maken dat hun ouders en grootouders er veel voor hebben gehad om daar weg te komen Het was Mozes' plan dat we zo genoeg zouden krijgen van de woestijn, dat ook wij er veel voor over zouden hebben om Palestina te veroveren dat we er voor zouden vechten hoeveel mannen en jongens er ook zouden sterven Want er waren al steden en dorpen in dat land MIRJAM [] MIRJAM [] MIRJAM [] XXXXX Het was een onzeker leven Er viel niets te plannen Vooral de jonge mannen konden niet lijdzaam genoegen nemen met het karige leven Ze wilden beter voor hun familie zorgen en eerden elke god die zou kunnen helpen Natuurlijk deden ze dat Het was hun plicht Baat het niet, dan schaadt het niet dat is toch het spreekwoord? Maar mijn oudste broer was er op tegen Hij wilde hen tot een volk smeden Een eenheid, met één god en dezelfde wetten voor iedereen Hij moest met harde hand optreden en de priesters kozen natuurlijk zijn kant, dus liet hij de dwarsliggers door hen slachten als offerdieren Ze vermoordden drieduizend man De schrik zat er goed in Dus wanneer de priesters kwamen om de wetten voor te dragen en er op toe te zien dat eenieder zich eraan hield en zijn bijdrage gaf aan hun levensonderhoud... Bloeddorstig zijn ze gebleven Bijvoorbeeld in het Huis van de Zon toen dorpelingen nieuwsgierig toekeken hoe de kist passeerde die voor hun ogen te heilig was omdat God erin aanwezig is en zij wel eens praatjes konden krijgen dat ze daar niets van gemerkt hebben en wel eens zouden willen zien wat er dan in die kist zat behalve die twee stenen met de Tien Geboden Dus kwamen de priesters 's nachts terug sloegen hen een hand voor de mond en sneden met een snelle haal hun kelen door Ik zal niet gaan schelden We hebben allemaal onze domheden en hoeven ons niet overal in te verdiepen maar de misverstanden zo zal ik ze maar noemen kan ik niet in stilzwijgen laten voortwoekeren Het laatste woord zou wijs moeten zijn Het hoort niet toe aan goedpraters en evenmin aan de traditie die haar eigen belangen dient (wordt vervolgd) Met dank aan Ellen van Wolde Lilith is Emzara is de vrouw van Noach Omdat Abraham Isaak heeft geofferd, en er dus geen 'wettige' stamhouder was, werden Esau en Jakob genoteerd als zonen van Isaak, en niet als die van hem; daarmee kon tevens de moord verdoezeld worden Miram is de dochter van farao Amen-hotep III; haar naam betekent "Geliefde van Amon"; ze heeft twee broers: Thut-mosis (Zoon van Thoth, afgekort: Mozes), de oudste, en Aäron; hun moeder Teje had een Hebreeuwse man, de handelaar Joeja, die later onder de naam Jozef als elfde zoon is toegevoegd aan de stamboom van Jakob |
| Bundel De Bochten van de Slang | 5-7-5 | ||
| Penseel | PuimPuin | Regen | Liefdes |
| Verdicht | Trekvogels | Alsloos | Foto |
| Eerbetuigingen | Opdrachten | Componisten | Home |
![]() | Vermeld © Zywa bij gebruik van teksten, tekeningen, ontwerpen, schilderijen en foto's Woord zoeken: CTRL-F |