Zywa De Bochten van de Slang

Duisternis
Gerommel in de verte
Het gaat waaien
De wind neemt af terwijl het licht wordt
Er staat een grote tent
Vier schimmen van vrouwen in de tent

Mirjam (zeventig jaar) en Rebekka (twintig jaar) zijn bezig op een eenvoudig weefgetouw

Emzara (vijftig jaar) is wol aan het spinnen met een spintol

Lilith (dertig jaar) is aan het dansen


LILITH komt naar buiten als een buikdanseres en maakt sierlijke bewegingen met haar armen; terwijl ze de mensen in de zaal luchtig toespreekt, blijft ze een beetje dansen [1-52]
Hoe vertel je iets?
Wat vertel ik over mijzelf?
Ik ben Lilith, maar jullie...
jullie noemen mij Eva

Ik ben de verstandige mens uit het verhaal
van de slang in het paradijs
die mij probeerde wijs te maken
dat Adam stiekem een ander had

Kijk maar in de put, zei de slang
[10]  daar zit ze in, daar verbergt hij haar
en ik keek, en ik zag daar
een heel mooi gezicht

En toen zou ik jaloers geworden zijn
Dat is zo'n verhaal
van niet zo slimme mensen
die een oordeel hebben

over domme blondjes
die gehoorzaam dienen te zijn
en niet van die ene boom mogen eten
[20]  Ja, ik ben die verstandige mens

uit het verhaal van de slang
die mij verleid zou hebben
omdat ik zogenaamd
zwak ben

Goed. Hoe vertel je iets?
Hoe vertel je bijvoorbeeld
aan je kinderen, waar
hun grootouders vandaan komen?

Kaïn bedacht God
[30]  die de eerste mens uit de klei getrokken
en de tweede uit diens rib gemaakt had
Kaïn wist nog niet hoe het zat

Het seksslurfje is juist een toevoeging
waarmee een tweede mens ontstond
en nu we dat weten
moeten we het noemen zoals het is:

God schiep de baarmoeder-mens
en met een aanpassing
ook de slurf-mens
[40]  Dus geen man en man-nin!

En ook geen fee en hoer meer
Geen man-fee en man-hoer
Geen bi-fee of non-bi-fee
Geen trans-fee en trans-hoer -

Het kan niet op, maar
laten we het liever
simpel houden: helemaal
geen ge-fee en ge-hoer!

Punt. Ik ben geen mannin
[50]  en ik ben zeker
geen mannequin, geen man-neke -
bekeken, maar niet gezien...

In de tent is het lichter geworden

MIRJAM roept [53-54] [M2] [L52]

Inderdaad, wij zijn geen mannekes
en ook geen mannin!

EMZARA mengt zich in de discussie [55-56] [E2] [L52] [M2]


Hoe wil jij de baarmoeder-mens
anders noemen dan: vrouw?
MIRJAM [57-58] [M4] [L52] [E2]
Wij zijn vrouwen
Heb je iets tegen dat woord?

LILITH [59-60] [L54] [M4] [E2]
Ja! Laten we het zoveel mogelijk
[60]  hebben over: mensen!

EMZARA [61-62] [E4] [L54] [M4]


Oh, lekker bevrijd uit de vaderhand
maar ook hartstikke onduidelijk!

MIRJAM [63-64] [M6] [L54] [E4]
Nou, emancipatie
daar zijn we nog lang niet klaar mee!

LILITH [65-240] [L230] [M6] [E4]
Daar gaat het me om!
We zouden mensen niet moeten scheiden
en de maatschappelijke ongelijkheid
niet in stand moeten houden!

Dat geeft problemen, op allerlei manieren
[70]  passen mensen niet in binaire systemen!
Maar, nog even over die zogenaamd
vrouwelijke woorden: fee en hoer

Feeën zijn gewoon: geesten
En wat hoeren betreft:
man-mensen gaan gemakkelijker
bij een vrouw-mens liggen

dan andersom, dus in de praktijk
zijn er meer man-hoeren
dan vrouw-hoeren, en veel meer
[80]  man-mensen verkrachten

Bij het woord verkrachten kijkt Emzara op
Terwijl Lilith verder praat, staat Emzara op
en loopt ze door de tent


een vrouw-mens dan andersom
Zij zijn de hoeren!
Voor vrouw-mensen is de term
discriminerend, stigmatiserend, onbruikbaar!

Man-mensen zijn hoeren
als ze uit zijn op een gelegenheid
om hun opgewonden slurfje
in een ander te steken

Emzara kijkt indringend naar Lilith
Terwijl Lilith verder praat, loopt Emzara naar haar toe
Ze gaat bij haar in de buurt zitten


Een definitie: hoeren zijn mensen
[90]  die veel seksuele partners hebben
Noem ze batsers -
man, vrouw, wat dan ook

Batser is voor iedereen bruikbaar
net zoals het woord mens
In de maatschappij
is iedereen: mens!

Alleen thuis
blijft er een verschil
Thuis houden we de woorden
[100]  vader en moeder in ere:

er zijn twee
verschillende mensen nodig
om kinderen voort te brengen
en groot te brengen

Korte spreekpauze

Hoe vertel je iets?
Welke woorden kloppen?
Kaïn bedacht God
als onze vader-moeder

Ach, mijn ouders...
[110]  Ik ben de enige
die nog aan hen denkt, de enige
die hen echt heeft gekend

Wanneer ik hen noem
krijgt Adam altijd een vage blik
Dan humt hij wat
en ben ik alleen

In het begin viel het niet zo op
dat hij niet graag op bezoek ging
We waren verliefd
[120]  en het liefst met zijn tweeën

En toen werden we zelf ouders
al heeft het wel even geduurd
voor ik er aan toe was
en hem in mij liet komen...

en Kaïn werd geboren
Ons leven veranderde!
We genoten van onze baby
maar de paradijselijke tijd was voorbij

Adam ging er voortaan vaak alleen op uit
[130]  Ik had hem geleerd om op te letten
waar de fruitbomen staan
en te vertrouwen op zijn neus

om te weten waar de vruchten rijp zijn
En ik had hem geleerd
om vroeger op te staan
dan de anderen, al in het maanlicht

op pad te gaan
om net iets verder weg
de eerste te zijn, degene
[140]  die het rijpe fruit plukt

Daar was hij niet helemaal
tevreden mee, hij is zo
trots
En ik weet nog dat hij niet durfde

om een vrucht op te eten, maar
omdat ik er niet ziek van werd
kon ik hem verleiden
tot een hapje

Toch werd hij boos
[150]  in plaats van me te bedanken
Dan draait hij wel weer bij, maar fruit
plukken vond hij nooit zijn werk

Kaïn had dat al gauw door
en heeft toen het paradijs bedacht
met de boom en de slang
en Gods verbod

want als je God eenmaal in je hoofd hebt
krijg je hem er niet meer uit, je moet
er steeds een vervolg bij verzinnen
[160]  zoals het verhaal van de appel

Nu is het Rebekka die opkijkt en dichterbij komt zitten

of de vijg, een rijpe vrucht
met de slang die ons verleidde
en de kennis die we opdeden
en de reis die we maakten

Adam liep voorop
Hij wist de weg, zei hij
En ik hield mijn mond
Hij volgde gewoon de rivier

zegt Lilith met een lachje; ze verandert van positie

Toen Kaïn aan zijn kinderen
[170]  wilde uitleggen waarom
we steeds verhuisden
verzon hij een engel

die ons had weggestuurd
om de wereld te gaan ontdekken
en overal voor de dieren
en de planten te gaan zorgen

En tegen de tijd van Methusalem
hadden zijn kindskinderen
het verhaal nog verder uitgebreid
[180]  want als Adam en ik de eersten waren

die iets verkeerds hadden gedaan
dan moest blijkbaar ook verteld
worden wie de eerste was
die een mens had gedood

Een mens, niet een dier
dat je opeet om in leven te blijven
maar onbegrijpelijk
maar een mens zoals jijzelf!

Mirjam schudt haar hoofd en kijkt Rebekka aan

En dat werd Kaïn zomaar
[190]  in de schoenen geschoven!
Voor het moordverhaal kreeg hij
een broer toebedeeld

Over hem hebben ze niet veel
bijzonders verzonnen
Hij is van bordkarton
Een bijrol

die geen tekst heeft
want hij dient er slechts toe
om vermoord te worden
[200]  Ter lering en vermaak

Het schiep wel een probleem
Een kwestie van eergevoel
Want de verteller wilde niet
afstammen van een moordenaar!

Dus vooruit, hij verzon
er nog een broer bij!
Wat doen feiten ertoe
bij een verhaal?

Ze noemden onze derde zoon Set
[210]  Hij kreeg het leven van Kaïn toebedeeld
maar dan zonder de broedermoord
Hij was immers daarna pas 'geboren'

En nu was hij het
die bomen kweekte
bonen en grassen
met eetbare zaden

Nu was hij het
die kanaaltjes groef
en van leem een huis bouwde
[220]  met een stevig dak

Nu was hij het
die gereedschap maakte
en ledikanten timmerde
terwijl de nakomelingen van Kaïn

'ergens anders' leefden, al hadden ze
wel nagenoeg dezelfde namen
Dat is een slordigheidje in het verhaal
Waarom de namen niet veranderd?

Gelukkig kwam daar door de Zondvloed
[230]  een oplossing voor: het nageslacht
van Kaïn verdronk, en van Set's
nakomelingen werd Noach gered door God

Bij het woord Noach kijkt Emzara op
Terwijl Lilith verder praat, staat ze op
en gaat ze naast Lilith staan


Zo kronkelt het vervolgverhaal
als een slang tussen de feiten door
als een poëtische samenvatting
van de evolutie, van niets

tot aan de mens, van rondtrekken
tot aan een vaste woonplaats
met gewoontes en gedragsregels
[240]  tot die opgeschud worden

Lilith slaat een arm om Emzara heen

EMZARA [241-284] [E48] [L230] [M6]
Een vaste woonplaats...
Die hadden we gelukkig niet
Toen de Zondvloed kwam
zaten we aan de goede kant

van de bergen
Maar onze familieleden
en vrienden niet
God heeft ons gespaard, zei Noach

Hij is nog gaan kijken
[250]  Er was niets te zien
alleen maar water, zei hij
Dreven er lijken? vroegen wij

Hij haalde zijn schouders op
Niet dat ik gezien heb, zei hij
Sem wilde dat niet geloven
Hij fantaseerde erover

Later, toen hij kinderen had
vertelde hij hen een eigen versie
wanneer ze naar bed gingen
[260]  en hij maakte er een sprookje van

We hadden geen vaste woonplaats
zei hij, behalve dat ene jaar
toen de Zondvloed kwam
toen hadden we het wel

in een heel grote boot
die opa gebouwd had
om ons te redden, en
er waren hokken voor alle dieren

Toen hadden we een heel ander leven
[270]  binnen in die grote boot, tja
gewoontes, gebruiken...
We zouden stijf geworden zijn

van verveling als we het niet
zo druk hadden gehad
met het voeren van de dieren
en het schoonhouden van de hokken

Zo vertelde hij dat allemaal
Er was helemaal niets te zien
Alleen maar water, overal water
[280]  Ook het paradijs was verdronken

Emzara pauzeert even

Lilith, jij weet dat
jij was in het paradijs
Hoe was het daar?
Waar was het?

LILITH [285-296] [L242] [E48] [M6]
Dat was toen we jong waren
en de hele tijd aan elkaar dachten
Toen we onbekommerd leefden
Zonder zorgen om de toekomst

van ons kind
[290]  Het was geen speciale plek
alleen: een vruchtbare landstreek
Het was een manier van leven

Samenzijn
Samen genieten
Harmonie
Vrede

EMZARA [297-469] [E221] [L242] [M6]
Wij Rondtrekkers
zien het paradijs vooral als
een leven in vrede
[300]  in een land zonder vijanden

Een vrij land, ruim
met grazige weiden
en noten- en fruitbomen
Ik ken drie paradijzen

Een in het noorden:
het Tweestromenland
Een in het zuiden:
de Rivierdelta

En een in het midden:
[310]  hier, waar we zijn
het Laagland
dat vervloekt is

maar toch: een paradijs, uiteindelijk
ons land, helaas vervloekt:
door onszelf - ongerijmder
kun je het niet bedenken!

Natuurlijk deugde het niet
Wat zeg ik! Dood!
Dood wilde ik!
[320]  Mijn eigen zoon nog wel!

Als een slang glipte hij
de binnentent in, trok me
mee naar het bed
en wurmde zich uit zijn huid

Opgewonden sjorde hij
aan mijn kleren, dwong me
om me uit te kleden en keek
me woedend aan

om me de mond te snoeren
[330]  Er was trouwens niemand thuis
en ik durfde het niet
aan mijn man te vertellen

Vrouwen worden om minder
verstoten, en ik kon het niet
Ik was niets meer, dood
wilde ik

Waar haalde ik de energie vandaan
om op te staan en me te wassen
het avondeten te maken
[340]  en te doen alsof

er niets aan de hand was
en het voorbij was
en hij niet meer zou komen?
Was hij maar...

Uiteindelijk hield het op
Zijn broers betrapten hem
en vertelden het hun vader
Die niets deed

Ook niet toen
[350]  ik zwanger bleek te zijn
Al die maanden spanning
Groeiende woede in zijn buik

De baby had hetzelfde gezicht
en dezelfde bouw als Cham
Wat voor zekerheid kon dat geven
over het vaderschap?

Maar voor Noach was het duidelijk
Hij tierde, schreeuwde
woeste klanken
[360]  om niet te vloeken

maar vervloeken deed hij wel!
Weloverwogen, aan tafel -
de mannen en ik in een kring
en de baby op mijn schoot

Hij negeerde Cham
en trof hem op zijn ergst
door naar de kleine te wijzen
en heel rustig te zeggen:

Kanaän en al zijn nakomelingen
[370]  zullen de anderen dienen
de volken van Sem en Jafet
Het was een straf van God

Wat kon hij anders?
Zijn eer was geschonden
en hij was oud, niet zo hard
als met de Zondvloed

Zoals Sem het vertelde
zou het gebeurd hebben kunnen zijn
Dat hij boven op het dek stond
[380]  en zich zich doof hield

voor zijn broers en zussen
en voor zijn nichtje dat zelf
haar baby'tje onderdompelde
in het stijgende water

dat aan haar lippen stond
Het vee en de vogels
waren al verzopen
Het was een straf van God

Wij zaten binnen in de boot
[390]  en hoorden van tijd tot tijd
water borrelen, laatste adems
Van mensen die we kennen

Oma's ouders waren te oud
om naar ons toe te komen, vertelde
Sem, en hij maakte er een griezel-
verhaal van, met dat nichtje

en met mijn zusjes
Mijn lieve zusjes...
die in Sem's fantasie
[400]  op de oever stonden te roepen

om met ons mee te mogen
Maar, met mama en de tantes
moet je daar niet over praten
bezwoor Sem hen: dat snap je wel

die zijn heel hun familie kwijtgeraakt
Dat ligt gevoelig, daar moet je
hen niet verdrietig mee maken
Ze konden echt niet mee!

Opa moest hard zijn
[410]  Het was onmogelijk om iedereen te redden
Zo groot was de boot nu ook weer niet
En bij wie zou hij de grens moeten trekken?

Bovendien was het niet zijn idee
Het moest zo van God
Die wilde opnieuw beginnen
Een nieuwe wereld als het ware

Emzara verandert van positie

Voor de kinderen was het echt
ook al vertelde Sem het heel luchtig
Als curieuse voorvallen
[420]  die je vanaf een afstand

observeert, zo'n beetje
zoals ik denk dat God
met verwondering
de mensen beschouwt

Korte spreekpauze

Nou ja, Sem's verhaal
is niet helemaal gelukt
want zoals hij het bracht
is Gods plan mislukt

Er was geen nieuw begin, geen schone lei
[430]  Wij met zijn achten bleven wie we waren
en onze kinderen waren niet zo vroom
als Noach en ik

Was dat met Cham maar niet gebeurd...

Korte spreekpauze

De vloek werd natuurlijk doorverteld
aan de kinderen van Sem en Jafet
En ze voelden zich goede mensen

Om mij, Oma, en mijn eerbaarheid
te ontzien, draaiden ze er omheen
wat er precies gebeurd was
[440]  In hun verhaal beperkten ze

de schande tot het zien
van Noachs naaktheid
en de schuld daarvan
legden ze godgeklaagd bij hemzelf!

Alsof het aandoenlijk is
dat hij, de geweldige
vader van de mensheid
gedronken zou hebben!

Trouwens, een akkerbouwer
[450]  met een wijngaard
is hij nooit geweest!
Maar kinderen geloven alles

En met dit verhaal
maakten Sem en Jafet zich
tot betere mensen
dan hun vrome vader

Allemaal leugens!
Ook voor mijn bestwil
zeiden ze, ja, als je zo'n man bent
[460]  voor wie vrouwen verleidsters zijn

In de beste families
komt verkrachten niet voor
en als dat toch gebeurt
moet de vrouw wel schuldig zijn

Schuldig, zelfs als ze je moeder is
En nu zit ik hier, buiten de stad
in het land van Kanaän
mijn jongste zoon

Jeruzalem, stad van vrede

MIRJAM schudt haar haren naar achteren [M7] [L242] [E221]
[470]  Jeruzalem, Jeruzalem...

EMZARA [471-473] [E204] [L242] [M7]
...is ze genoemd, o, als dat
maar geen oorlog brengt! Want
een vloek maak je niet ongedaan...

LILITH [474-477] [L246] [E224] [M7]
Toch wel. Een beetje
Want de god van Noach vaardigde toen
ja toen al, zijn Vijfde Gebod uit:
Gij zult niet doden!

MIRJAM [478-481] [M11] [L246] [E224]
Misschien wilde Noach
Kanaän beschermen tegen een
[480]  te vergaande onderdrukking
door de anderen

REBEKKA [482-521] [R40] [L246] [E224] [M11]
Jeruzalem, Jeruzalem...
is geen stad van vrede
maar een wrede rots
Het is de Hel!

Daar beneden, in de kloof van het dal
van Hinnom, daar is de poort tot de Hel!
Tussen al die oude graven -
dichtbij de onderwereld

[490]  Hier kwamen de koningen
Achaz en Manasse offeren
wanneer ze hun zoveelste oorlog
gingen voeren

Ze offerden aan de hemelse Koning
opdat Hij hun als aardse koning
de overwinning zou schenken
In vol ornaat kwamen ze toezien

op de aanleg van de lange greppel
en het vullen ervan met droge takken
[500]  die vlak voor de ceremonie
over de hele linie aangestoken werden

Ouders hadden een van hun kinderen
een zoon of een dochter, aangewezen
om de proef te doorstaan en van begin
tot eind door de greppel te rennen

De koningen moesten wel
het voorbeeld geven, moesten wel
een van hun zonen aanwijzen
ook al kenden zij de afloop

[510]  De deelnemers verbrandden levend
en hun bloed vloeide weg
in de kloof, de onderwereld in
Brandende doden, dat is de Hel

De profeten klaagden erover
maar het heeft eeuwen geduurd
voor het dal een vuilnisbelt werd
om het offeren tegen te gaan

En nog werden toen op het afval
de lijken van misdadigers gedumpt
[520]  en in brand gestoken
Brandende doden, dat is de Hel

LILITH [522-537] [L262] [E224] [R40] [M11]
Het Vijfde Gebod werkt niet
En God berust daar blijkbaar in
De mensen moeten het zelf
maar zien op te lossen

Er is iets met mannen
dat ze zo gemakkelijk hun verstand
hun gewone, gezonde verstand
verliezen en aan het vechten slaan

[530]  En dan luisteren ze niet
naar nuances en verklaringen
Dan ontkennen ze de feiten
die hen niet zinnen

Ze kronkelen er kleinzielig
en trots omheen; ze zijn niet zo
wijs als hun moeder, hun zussen
hun vrouw en hun dochters

EMZARA [538-541] [E228] [L262] [R40] [M11]
Waarom denken zoveel mannen
dat ze hard moeten zijn?
[540]  En wij moeten eerbaar zijn
En vruchtbaar

Mirjam komt erbij staan

REBEKKA [542-545] [R44] [L262] [E228] [M11]
Als we maar zonen krijgen!
Daar gaat het om!
En natuurlijk willen ze
ook bevredigd worden...

LILITH [546] [L263] [E228] [R44] [M11]
En dan kunnen ze best lief zijn

MIRJAM tot Emzara [547-554] [M19] [L263] [E228] [R44]
Jij was vruchtbaar
Jullie hadden drie zonen
Noach kon tevreden zijn
[550]  Je zegt, dat hij een harde man was

Maar in bed, hoe was hij dan?
Ontspannen, zachter, attent?
Lief?
Hadden jullie plezier?

EMZARA [555-558] [E232] [L263] [R44] [M19]
Ik weet het niet zo goed meer
Het is voorbij, iets van vroeger
Het ging om hem
Ik paste me aan

LILITH [559] [L264] [E232] [R44] [M19]
En jij, Mirjam, hoe was dat bij jou?

MIRJAM glimlacht [560-571] [M31] [L264] [E232] [R44]
[560]  Ik had geen man, ook niet nodig
Mijn broers deden de mannen
ik regelde de vrouwenzaken
Dat was soms niet zo leuk

maar we hadden ook veel plezier
Je kent dat wel, in de vrouwentent
En tijdens de middagrust kun je
het zo fijn maken als je wilt

Dat deden we ook
Een paar van ons
[570]  Mijn beste vriendinnen
Nee, geen man in bed!

REBEKKA [572-579] [R52] [L264] [E232] [M31]
Ik vond Abram oud, en niet speciaal lief
dus dan dacht ik vanzelf
aan een van de jongemannen
van onze groep

Er waren mooie jongens...
In het echt ging ik ze natuurlijk
uit de weg; ik weet van hun fantasieën
over vrouwen; ze staren naar je

EMZARA [580-591] [E244] [L264] [R52] [M31]
[580]  Precies! Als ik buiten de tent
bezig was, en de mannen waren thuis
dan waren ze eropuit om me te zien
Hoe aantrekkelijker een vrouw is

hoe langer ze kijken
En je kunt je er niet op kleden
In de wind plooien kleren
zich altijd naar je lichaam

Ze kijken, en het kan hen niet schelen
dat wij dat zien!
[590]  Ze kijken, alsof ze de wind zijn
en onze huid betasten

REBEKKA [592-595] [R56] [L264] [E244] [M31]
Al jong leerde ik om dwars te zijn
Chagrijnig. Alleen bij jonge mannen!
Moeilijk doen en brutaal zijn
Dat voorkomt handtastelijkheden

EMZARA [596-599] [E248] [L264] [R56] [M31]
Thuis kun je dat niet!
Het ging Cham ook niet om mij
Hij had een droomvrouw in gedachten
Ja, dan kun je het met iedereen doen

LILITH [580-583] [L268] [E228] [R56] [M31]
[600]  Het gaf Adam een goed gevoel
als ik ervan genoot, en dat lukte
me beter door er wat romantiek
bij te fantaseren

MIRJAM [584-587] [M35] [L268] [E228] [R56]
Gek toch, dat mensen intiem
bij elkaar zijn, en dan tegelijkertijd
vaak juist niet bij elkaar zijn
maar in hun eigen fantasie...

LILITH [588-595] [L276] [E228] [R56] [M35]
Weet je, hij kon zich niet overgeven
Niet aan mij, aan niemand
[610]  Ook niet aan dat idee van Kaïn
die Almachtige God

Misschien waren we allebei wel
slangen-mensen. Hij glipte geestelijk
tussen mijn opvattingen door, en ik
glipte lichamelijk uit zijn vaste greep

REBEKKA [596-598] [R59] [L276] [E228] [M35]
Bij Abram zou je dat niet gelukt zijn
Je zou het misschien niet verwachten
bij een oude man, maar

MIRJAM [599-602] [M39] [L276] [E228] [R59]
Zeker! Oude mensen, ook als ze
[620]  mager zijn als een skelet
zijn vaak erg sterk, ze klemmen
je vast als een roofdier

REBEKKA [603-618] [R75] [L276] [E228] [M39]
Alleen mijn lieve Jakob
Die was zachtaardig
Hij vertelde graag verhalen
Mijn nichtjes waren blij met hem

Wie wil er niet een man die aandacht
aan je besteedt en niet alleen maar
met zijn eigen dingen bezig is
[630]  totdat hij naar bed gaat

en jij bij hem moet komen liggen?
Volgens mij is er iets misgegaan
bij de schepping
Zoals het nu gaat

komen er wel steeds kinderen
en wordt het leven doorgegeven
maar de manier waarop...
Had die niet anders gekund?

LILITH [619-646] [L304] [E228] [R75] [M39]
Dat is mijn punt
[640]  We zouden ermee moeten beginnen
om zoveel mogelijk te spreken
over mensen, personen

en alleen als het ertoe doet
onderscheid te maken
tussen vrouwen en mannen
We zouden veel meer

neutraal kunnen spreken -
geen jongens- en meisjesnamen
gebruiken, maar neutrale namen
[650]  zonder geslachtelijke uitgang

Dan schep je voor de kinderen
een ander beeld van het leven
En als er iemand iets gedaan heeft
heeft een mens het gedaan

Meestal doet het er helemaal niet toe
of die mens man, vrouw, bi, enzovoorts is
Een mens heeft iets gedaan
en wanneer je dat afkeurt

keur je die daad af
[660]  en soms ook de mens
En je leert dat misdaden
iets menselijks zijn

zonder dat je het veralgemeniseert
tot iets waartoe vooral vrouwen
of vooral mannen in staat zijn
of geneigd zijn

EMZARA [647-648] [E230] [L304] [R75] [M39]
Nee! Het geslacht maakt echt wel uit
Mannen en vrouwen zijn zo verschillend!

MIRJAM [649-652] [M43] [L304] [E230] [R75]
En dat blijven ze
[670]  ook in hun gedrag
zolang we niet weten hoe
we hen anders kunnen opvoeden

EMZARA [653-664] [E242] [L304] [R75] [M43]
Lilith, jij wilt de schepping
overdoen, of fundamenteel aanpassen
Wat haal je in je hoofd?!
Mensen zijn zoals ze zijn

daar valt niets aan te knutselen!
En ik denk dat 'man' en 'vrouw'
juist de twee woorden zijn
[680]  die de meeste betekenis hebben

Ze zeggen veel
over het leven dat je leidt
Dat is zo anders
voor mannen en vrouwen!

REBEKKA [6-6] [R] [L304] [E2] [M43]
Dat ik hier nog steeds zit!
En dat ik hier heb geleefd
altijd in de buurt
van deze onheilsplek!

Want dat offeren
van een bloedeigen kind
kwam niet uit de lucht vallen
Er was een eerste keer!

En wat zal ik zeggen?
Mijn oudoom? Mijn man?
De vader van mijn kinderen?
Hij dus. Hij was de dader!

En ik ben Rebekka, zijn derde vrouw
Met mijn familie was ik in de bergen
van Harran gebleven, toen Terach stierf
en Abram en Lot naar het zuiden gingen

Zo was het in Ur ook gegaan
Toen Nachor senior overleed, hoefde
Terach niet meer voor hem te zorgen
en greep hij zijn kans

Beter laat dan nooit!
Met twee zonen, een kleinzoon
de vrouwen, en de kuddes
trokken ze omhoog langs de rivier

door het Noordparadijs
het Tweestromenland
Dat was vruchtbaar, dus overal bezet
Voor Rondtrekkers was er geen plaats

Zo kwamen ze terecht in Harran
waar mijn vader en al zijn broers en zussen
geboren zijn, en toen ook ik
We trokken er rond over de heuvels

aan de voet van de bergen
met hun witte toppen
De winters waren koud
de grond was hard, en het gras was stug

Abram en Lot waren maanden onderweg
en met elke stap lieten ze de wereld
van hun ouders verder achter zich
Ze spraken over God

en haalden hun schouders op
over de huisgoden van mijn familie
die mij zo vertrouwd zijn
Eén god vonden ze genoeg

zeker als die god de machtigste is
dus in feite de enige echte god is
El Sjaddai, de Almachtige God
de god die Abram zich toe-eigende

Hij droomde ervan, zag visioenen
en werd wakker met Gods belofte
dat Kanaän zijn thuisland zou worden
Kanaän, het land van de mensen

die zijn stam zouden dienen
zoals Noachs vervloeking luidde
Mijn kleinkinderen hebben dat vastgepind
op een plechtige bezegeling

van een verbond:
de wederzijdse beloftes van Abram en God -
Kanaän, voorspoed en een groot nageslacht
tegenover de overgave aan Gods Wil

en het besnijden van de jongens
om hen aan het verbond te herinneren
Ze noemen hem Abraham, Edele Vader
alsof God dat zo heeft beschikt

EMZARA []
Maar wat is er nu zo edel
aan zijn claim op Kanaän?
Het volk van mijn jongste zoon zou hem
de grote Abraham, moeten dienen?

Dat zou God gewild hebben?
Dat heeft God Noach laten bekendmaken?
Ik geef toe, dat Noach het gezegd heeft
maar die was nu eenmaal ouderwets

LILITH []
Haha, Noach was ouderwets!
Daar gaan we, met Gods nieuwe begin!
Een schone lei toch?
Met brave, gehoorzame mensen!

EMZARA []
Ja, dat is het punt!
Gehoorzaamheid, onderwerping
Wat dat betreft was Noach net als God
Wij moesten hem gehoorzamen

En toen zei hij dus dat Kanaän
de kinderen van zijn broers zou
moeten gehoorzamen; hij zou niet eens
echt de baas zijn over zijn eigen familie!

Dat is geen patriarchaat meer
Dat is kolonialisme. Het deugt niet!
Mannen die de baas spelen
over vrouwen zijn idioten

en mannen die in staat zijn
om een vrouw te verkrachten
zijn verdorven, mijn eigen zoon
als eerste, maar onderling

dienen mannen elkaar te respecteren
anders blijven we nergens
dan komt er oorlog
want niemand wil een kolonie zijn

REBEKKA []
Maar goed, jaren later
was Abram rijk genoeg
om mij op te laten halen
Ik moest hem meer zonen gaan geven

Dochters had hij al genoeg
maar over hen hoor je nooit iemand
Die konden toch nooit de leiding krijgen
en de kudde hoeden; dat is mannenwerk

Aan dat besluit om mij op te halen
is heel wat voorafgegaan
Het was al jaren zo
dat Abram slechts twee zonen had

De tweede telde het meest
want die was van zijn eerste vrouw
en die was van dezelfde stam
een halfzus (en ik ben een achternicht)

Maar goed, die tweede, Isaak
die viel hem tegen, die was niet
de gedroomde stamhouder -
meer een doetje, zo anders

dan zijn grote broer
Hoe dan ook, voor talrijke nakomelingen
was meer nodig, en God was aan zet
om Zijn belofte gestand te doen

Voor wat, hoort wat
dacht hij, maar wat is dat dan?
Hoeveel schapen? Een voor elke
zoon en kleinzoon, enzovoorts?

Hij kwam er niet uit
Tot hij zich bewust werd
van de gedachte, dat alleen
datgene, dat hem het liefste was...

Hij bad om een beter idee
maar de zwarte gedachte bleef
dus kon hij niet anders:
hij ging de Rots op

En hij deed het
Hij heeft het gedaan!
Oh, de weloverwogen waanzin!
Van een halfhartige gelovige!

Hij bond zijn zoon vast
op een rotsblok, sneed snel
de keel door - zovele kelen
had hij al laten leegbloeden

Dat hoorde erbij, we moeten eten
van de kudde die we verzorgen
Maar toen, op de Rots, at hij niet
Hij liet het lichaam verkolen

En brandende doden, dat is de hel!
In ieder geval voor Sarai
toen hij thuiskwam
zonder hun zoon

Ze stierf van verdriet
en ik werd de verzorgster van Abram
de moeder van twee zonen, een tweeling
Dat verlichtte zijn wroeging

Hij was dol op onze zonen
vooral op Esau, een sterke, stoere man
een goede jager ook
Een echte Rondtrekker!

Jakob was huiselijk, gezellig
Hij bleef liever op dezelfde plaats
Hij was een halve boer
zoals Laban, mijn broer in Harran

LILITH []
Ja, dat is Gods opdracht:
Verspreid je over de aarde
maar doe dat om haar te bewerken
De mens moet ploegen en zwoegen!

REBEKKA []
Ik vond Jakob de beste
om Abrams opvolger te worden
Met een list regelde ik dat
God vond het blijkbaar goed

LILITH []
Het was God die jou op het idee bracht!
Hij stuurt de mensen, Hij helpt ze
om zich aan Zijn opdracht te houden:
Ze moeten de aarde bewerken

Natuurlijk mogen ze dromen
van het paradijs
fantaseren hoe het eruitziet
Dat is een goede stimulans

om met eigen handen
aan een eigen paradijs te werken
en te scheppen hoe het kan zijn
als ze goed hun best doen

Maar ze moeten niet gaan dromen
dat het er nog is, dat ze
alleen maar hoeven rond te trekken
Op Rondtrekkers rust geen zegen!

REBEKKA []
We hebben natuurlijk wel gelogen
Alletwee, Jakob en ik
Ik schaam me ervoor
dat we dat gedaan hebben

LILITH []
De slang in het paradijs
was toch ook Gods idee! Daarom
is Jakob af en toe een slangenmens
die met gespleten tong

zijn oude vader kon misleiden
Ja, een slangenmens!
Denk eens aan zijn gevecht
met de engel!

Die God zelf bleek te zijn!
Hoe hij alle klappen wist te ontwijken!
Niks aan de hand!
Alleen een gebroken heup!

Jouw man heeft toch ook gevochten
met een engel, hier op deze berg!
Wat mannen allemaal niet verzinnen
om hun gezicht te redden!

REBEKKA []
Ja, toen hij het vuur wilde aansteken
kreeg hij een aanvechting
Hij vocht tegen zichzelf
als tegen een engel

Ze vochten om het mes
en Abram won
Sarai, arme Sarai
heeft daarna geen woord meer gezegd

en Abram zweeg erover
maar natuurlijk werd er over gepraat
Jakob vertelde zijn kinderen
dat zijn vader spijt kreeg

en Isaak weer losmaakte
omdat er een engel verscheen
en ik ging daarin wel mee
maar de spijt liet ik weg

Alleen de engel bleef over
De daad was te gruwelijk
Geen vader die zoiets doet
Geen god die zoiets vraagt

En als hij het al vraagt
laat hij het niet toe
als hij de ware god is
Nou ja, dat werd dus het verhaal

En Isaak kreeg een plaats
tussen de grote namen van de voorvaders
Er overkwam hem niets, daarom
leefde hij het langst van allemaal

LILITH []
Grappig
Dat is toch grappig!
Kaïn vermoordt zogenaamd Abel, en
Abraham vermoordt Isaak zogenaamd niet!

LILITH danst

REBEKKA []
En hij moest natuurlijk zonen krijgen
om Gods belofte netjes uit te laten komen
Abrams volk moest groeien, vanaf Isaak
En toen kwam ik in beeld

Ik was zoveel jonger dan Abram
dat onze kleinkinderen gemakkelijk
konden geloven dat ik niet met hem
maar met Isaak getrouwd was

LILITH []
Probleem opgelost!

REBEKKA []
En de belofte kwam uit
Jakob kreeg twaalf zonen
Nou ja, niet echt, maar dat was
nu eenmaal het goede aantal

EMZARA []
Hm! Vooral de beroemdste zoon
Jozef ja, die is erbij verzonnen!
Het is gewoon kolonialisme!
Een tijdlang zijn ze in Egypte geweest

en dan, toen het regime instortte
en ze daar weg konden, namen ze
meteen maar de beroemdste
buitenlander die er rondliep, mee!

MIRJAM []
Dat was inderdaad een Aziaat
Niet een van ons
Maar al gauw was er niemand meer
die tegen kon spreken

dat hij bij ons volk hoorde
Voor ons was het Jozef
In Egypte heette hij Joeja
Hij adviseerde de farao's

LILITH []
Misschien was hij wel wijzer dan Salomo!

MIRJAM []
Ja, het was indrukwekkend
Natuurlijk is het al die jaren doorverteld
alsof de verteller er zelf bij was
Mensen houden van mooie verhalen

Trouwens, we namen zijn botten
niet mee; dat zou onmogelijk
geweest zijn, want hij lag 700 km
van ons vandaan begraven

Pas toen Mozes op onze tocht
door de woestijn over vroeger vertelde
en we de verhalen hoorden, zoals
van Joeja, die zijn opa was en de titel

Geliefde Vader van de Farao droeg
pas toen werd hij belangrijk voor ons
en werd hij ook onze opa, Jozef -
uiteraard de lieveling van Jakob

Hij kon dromen uitleggen
en bereidde als grootvizier
het land in de zeven vette jaren
voor op zeven magere jaren

LILITH []
Verhalen zijn van iedereen
En zeker van Rondtrekkers
Zo zou het met alles moeten zijn:
dat mensen delen met elkaar!

EMZARA []
Precies! Eerlijk en open
Geen bazigheid over anderen
en niet de hebberigheid van:
dit verhaal is van ons!

Niet van een Aziaat iemand van ons
maken, niet zomaar het verhaal
van koning Sargon overnemen -
zeg maar gerust: inpikken!

In mijn tijd kende iedereen dat verhaal
Dat een baby'tje kwam aandrijven
in een biezen mand en geadopteerd is
door een prinses

Een gestolen verhaal!
Ja, het is wel mooi, maar
het gaat over een andere koning
en over een andere god!

MIRJAM []
Dat verhaal van Sargon ken ik niet
en in ieder geval is onze Mozes
niet komen aandrijven
Hij was de kroonprins

Hij is gewoon geboren in het paleis
niet waar wij woonden, maar ver weg
aan het hof in het zuiden
Er was wel een aanknopingspunt

voor het vondeling-verhaal:
de farao, zijn vader
was in een machtsstrijd verwikkeld
met de priesters van Schepper-Amon

dus werd de kleine Mozes
naar de tempel van Schepper-Ptah
gebracht, hier bij ons
in de Rivierdelta was het veiliger

EMZARA []
Hèhè! Het verhaal paste:
Mozes stond tegenover de Egyptische macht
Hij hoorde er niet bij, net als wij
Hij was een van ons!

LILITH []
Een beetje maar - dat hij er niet
bij hoorde. Zijn opa mag dan
een buitenlander zijn, maar hijzelf
was toch maar mooi de kroonprins!

MIRJAM []
Ver verwijderd van de intriges
aan het hof, hoorde hij meer bij ons
dan bij hen, en wij herkenden
in Schepper-Ptah onze god:

Schepper-Sjaddai, Almachtige God
We waren arm in die tijd
Het ging niet goed
met de economie

Er waren tegenslagen:
een invasie van steekmuggen
stalvliegen, veepest, mazelen, pokken
hagel en sprinkhanen

Bij ons in de velden ging het nog wel
Daar was nog wel iets gezonds
te eten, maar de Egyptenaren
leefden van het graan

uit de voorraadschuren
en als die niet leeggevreten
waren door de sprinkhanen
waren ze vaak verontreinigd

door de insecten en het moederkoren
in de rogge, die giftige schimmel
die mensen verminkte, of
met hevige krampen deed sterven

Vooral de eerstgeboren zonen
van de Egyptische families
leden eraan, want zij kregen
in elk gezin het meest te eten

LILITH []
O, speling van het lot!
Alles heeft zijn keerzijde
Elk voordeel kan een nadeel zijn
Een voorsprong wordt een achterstand

MIRJAM []
Zo stond het ervoor
En toen de priesters erin slaagden
om de farao te vermoorden
werd Mozes' situatie hachelijk

Hij beraamde een ontsnapping
met ons als zijn nieuwe volk
en ons wel en wee
als zijn levensdoel

Want hij begreep onze behoefte
aan vrijheid, en werkte samen
met mijn broer Aäron, onze priester
van Schepper-Sjaddai

Het was een hele operatie
die veel voorbereiding vergde -
genoeg karren regelen
ze een grote onderhoudsbeurt geven

reserve-onderdelen verzamelen
de ossen laten rusten
inpakken, alle huisraad
en voorraden voor onderweg

En op het juiste tijdstip gaan
voordat het uitlekte en het leger
gealarmeerd werd. Mozes regelde dat
allemaal, hij zou beslist

een goede farao geweest zijn
Hij wist gewoon meer dan anderen
Daarom kreeg hij de naam
dat hij kon toveren

of zoals de vrome mensen
het zagen: dat God dat deed
Hij overleefde bijvoorbeeld
zijn aanstelling tot legeraanvoerder

Dat was een idee van de priesters
die hoopten dat hij in de strijd
tegen de indringers
uit het land van Poent

zou sneuvelen: exit
de troonopvolger!
Mozes nam toen de heilige vogels
de ibissen, mee in manden

Voor een verrassingsaanval
waagde hij het om de korte route
door de woestijn te nemen
die levensgevaarlijk was

vanwege de slangen
maar de ibissen beten
de adders dood, zodat het leger
de vijand kon overvallen

in zijn slaap
Het koninkrijk was gered
en Mozes, de kroonprins
werd gevreesd

LILITH []
Mozes was een slangenbezweerder!
Hij vliegt tussen de gevaren door
en bijt de kelen van de priesters door
Hij is wijzer dan een slang!

EMZARA []
Maar even terug, toen
bij die Uittocht naar de grens
de doorwaadbare plaats
bij de Bittermeren

die geslaagde vlucht
die op zich al bijzonder was -
daar is toch ook een heel ander
verhaal aan toegevoegd!

Het moest nog spectaculairder
en Gods almacht laten zien
Er moesten stenen regenen en een
rookpluim moest de zon verduisteren!

MIRJAM []
Ja, dat klopt, natuurlijk
dachten wij allemaal aan de verhalen
over de tsunami die daar ooit was
na de vulkaanuitbarsting op Thera

Eerst werd de zee weggezogen
en daarna het land op gestuwd
Uit de zwarte wolken regende het
puimsteen op de eilanden

En ook in de Rivierdelta!
Wanneer we over de Uittocht
vertelden, noemden we
die grote ramp ook altijd

EMZARA []
Ik snap het, zo gaat dat
met doorvertellen, en na twee
generaties is het, zonder opzet
één verhaal geworden

REBEKKA []
Of is toch een culturele toe-eigening?
Tegen andere volken kon je dat
gecombineerde verhaal niet vertellen
zonder te horen te krijgen

dat het aparte gebeurtenissen
zijn geweest, en dat je kennis
niet moet bederven
met geschiedvervalsing

LILITH []
Rebekka heeft gelijk
Verhalen zijn van iedereen
en uiteindelijk is er maar één verhaal:
dat van heel de mensheid

REBEKKA []
Maar toen jullie de grens over waren
zijn jullie niet meteen doorgereisd
naar Palestina, dat land van Kanaän
waar Emzara het over had

MIRJAM []
Dat klopt, Mozes was daar streng in
Hij wilde ons tot een echt volk smeden
Een volk met doorzettingsvermogen
En dat moest geoefend worden

Er moest eerst een nieuwe generatie
geboren worden, die nooit terug zou
willen naar de Rivierdelta, waar
ze alleen maar van gehoord hadden

door verhalen die duidelijk maken
dat hun ouders en grootouders
er veel voor hebben gehad
om daar weg te komen

Het was Mozes' plan
dat we zo genoeg zouden krijgen
van de woestijn, dat ook wij
er veel voor over zouden hebben

om Palestina te veroveren
dat we er voor zouden vechten
hoeveel mannen en jongens
er ook zouden sterven

Want er waren al steden en dorpen
in dat land

MIRJAM []
MIRJAM []
MIRJAM []
XXXXX Het was een onzeker leven
Er viel niets te plannen
Vooral de jonge mannen konden niet
lijdzaam genoegen nemen
met het karige leven

Ze wilden beter
voor hun familie zorgen
en eerden elke god
die zou kunnen helpen

Natuurlijk deden ze dat
Het was hun plicht
Baat het niet, dan schaadt het niet
dat is toch het spreekwoord?

Maar mijn oudste broer was er op tegen
Hij wilde hen tot een volk smeden
Een eenheid, met één god
en dezelfde wetten voor iedereen

Hij moest met harde hand optreden
en de priesters kozen natuurlijk
zijn kant, dus liet hij de dwarsliggers
door hen slachten als offerdieren

Ze vermoordden drieduizend man
De schrik zat er goed in
Dus wanneer de priesters kwamen
om de wetten voor te dragen

en er op toe te zien
dat eenieder zich eraan hield
en zijn bijdrage gaf
aan hun levensonderhoud...

Bloeddorstig zijn ze gebleven
Bijvoorbeeld in het Huis van de Zon
toen dorpelingen nieuwsgierig
toekeken hoe de kist passeerde

die voor hun ogen te heilig was
omdat God erin aanwezig is
en zij wel eens praatjes konden krijgen
dat ze daar niets van gemerkt hebben

en wel eens zouden willen zien
wat er dan in die kist zat
behalve die twee stenen
met de Tien Geboden

Dus kwamen de priesters 's nachts terug
sloegen hen een hand voor de mond
en sneden met een snelle haal
hun kelen door



Ik zal niet gaan schelden
We hebben allemaal onze domheden
en hoeven ons niet overal in te verdiepen

maar de misverstanden
zo zal ik ze maar noemen
kan ik niet in stilzwijgen laten

voortwoekeren
Het laatste woord
zou wijs moeten zijn

Het hoort niet toe aan goedpraters
en evenmin aan de traditie
die haar eigen belangen dient


Premisse
Verhalen verdraaien de gebeurtenissen.

Synopsis
Gesprek over Adam, Noach, Abraham en Mozes. Met verhalen over onze voorouders geven we van generatie op generatie door, dat we bijzonder zijn ten opzichte van anderen. Vier vrouwen die erbij waren, vertellen over hun echte leven.

Samenvatting
0001-0117  x
0118-0141  x
0142-0159  x
0160-0171  x<

Jaartallen
Omdat Abraham Isaak heeft geofferd, en er dus geen 'wettige' stamhouder was, werden Esau en Jakob genoteerd als zonen van Isaak, en niet als die van hem; daarmee kon tevens de moord verdoezeld worden

Miram is de dochter van farao Amen-hotep III; haar naam betekent "Geliefde van Amon"; ze heeft twee broers: Thut-mosis (Zoon van Thoth, afgekort: Mozes), de oudste, en Aäron; hun moeder Teje had een Hebreeuwse man, de handelaar Joeja, die later onder de naam Jozef als elfde zoon is toegevoegd aan de stamboom van Jakob

Verhaal V0100
Amsterdam, 2026-08-31

Trefwoord: Verhalen: traditie / orde 
 
 

Zywa
Bundel
De Bochten van de Slang
DuitsEngels5-7-5
PenseelPuimPuinRegenLiefdes
VerdichtTrekvogelsAlsloosFoto
EerbetuigingenOpdrachtenComponistenHome
Aandacht is als zonneschijnVermeld © Zywa bij gebruik van teksten,
tekeningen, ontwerpen, schilderijen en foto's
Woord zoeken:  CTRL-F