In een eigen huis

wil ik wonen, maar vermoeid --


slaap ik in als gast.


I long for a houseIch möchte bloß ein
of my own, but tired I fall --Zuhause, schlafe aber --

asleep as a guest.müde ein als Gast.

Gedicht S2827
Amsterdam, 2025-08-03
De plaats vermijden waar anderen zich reeds vestigden (Frida Vogels) - 1994
Vers, gepubliceerd in de bundel "De harde kern 3", deel VIII [Schrijverschap], en in "Dagboek 1964-1965" (2008) - 25 december 1965, Bologna
Bundel: Zelfportretten
Eerbetuiging aan: Vogels, Frida 
 

Het land is bevrijd,

ik niet, want ik ben te gast --


Zachtjes sluip ik weg.


They're liberated,Das Land ist befreit,
not me, since I'm a guest here --nicht ich, weil ich ein Gast bin --

so I slip away.Ich schleiche davon.

Gedicht S2767
Amsterdam, 2025-07-14
Er was hard gevochten: op het plateau (Frida Vogels) - 1994
Vers, gepubliceerd in de bundel "De harde kern 3", deel II [Parijs] - 20 oktober 1952, Parijs
Bundel: VanDaar
Eerbetuiging aan: Vogels, Frida 
 

In mijn vakantie

even terug op het werk --


als een vreemdeling.


In my vacation,Während des Urlaubs
back at work for a moment --mal zurück bei der Arbeit --

like an outsider.fast wie ein Fremder.

Gedicht H3709
Amsterdam, 2023-02-06
Het Bureau - Het A.P. Beerta-Instituut (Han Voskuil) - 1998
Roman
Blz. 274, Maarten Koning en Manda Kraai (1976)

Bundel: Frustratie
Eerbetuiging aan: Voskuil, Han 
 

Iedereen kent het

gevoel: er niet bijhoren --


anders zijn, een gast.


You know the feelingDu kennst das Gefühl
of not belonging, being --nicht dazuzugehören --

different, a guest.anders zu sein, Gast.

Gedicht S1289
Amsterdam, 2021-11-30
Twee vrouwen (Harry Mulisch) - 1975
Roman
Bundel: Denksels Lusieloos
Eerbetuiging aan: Mulisch, Harry 
 

Een gast: voorzichtig

gaat ze zitten op een stoel --


die ze nog niet kent.


A guest: carefullyEin Gast: vorsichtig
she settles into a chair --setzt sie sich auf einen Stuhl --

she does not know yet.den sie noch nicht kennt.

Gedicht H2758
Amsterdam, 2020-07-02
Binnenkomst (Joke van Leeuwen) - 2016
Bundel "Het moet nog ergens liggen"
Bundel: De Notenboom
Eerbetuiging aan: Van Leeuwen, Joke 
 

Zywa 1,5m water

We zwermen de grens over
waar de drempel een muur was
de wachters zijn grootziend
de boeren ploegen voort

We banen ons een weg uit de kou
door de rozen rechts, de lelies links
rood en wit dwarrelen
de blaadjes achter ons

We zijn met velen
morgen met meer
er rolt een donder door de wolken
de kinderen worden onrustig

de ouders halen hen naar huis
onderweg glimmen ze nog
van vrijheid, thuis
sluiten ze de deuren

met besmette handen
er is niet genoeg zeep
en niet genoeg voorraad
om ons van het lijf te houden

We ontsnappen keer op keer
spijkeren nieuwe huizen open
duiken er naar binnen
en ontketenen een vloed

Gedicht 3022
Amsterdam, 2020-06-28
Covid-19-pandemie, 1,5m-samenleving
Het virion dringt de cel binnen met een S-spike glycoproteïne (spijkervormig uitsteeksel)

Bundel: Andere tijden
 

Zywa Te heet om te slapen

Ik verveel me, maar prachtig
is het uitzicht op de stad
in de nacht, nog steeds

te heet om te slapen
of de wolkenkrabbers, de stapels
verlichte ramen te tellen

Mijn hand zwaait welterusten
Zou er iemand naar mij kijken?
Ik knijp mijn ogen samen

tot glurende telescopen
daarna sla ik ze weer neer
om wat te lezen, inzichten

die ik al had, maar nu niet
kan rijmen met de wereld
die me wakker houdt

Kon ik maar slapen, dromen
van lichttorens in de woestijn
zonder er zelf te zijn

Gedicht 1938
Amsterdam, 2018-11-26
Bundel: De trek
 

De gasten komen,

ik verberg me in de tuin --


tot ze weer weg zijn.


The guests are coming,Die Gäste kommen,
but I hide in the bushes --ich verstecke mich schnell, bis --

until they have left.sie wieder weg sind.

Gedicht S0605
Amsterdam, 2017-12-21
't Was feest. De lang verwachte dag brak aan (Frida Vogels) - 2013
Gedicht, gepubliceerd in "Dagboek 1974-1976" - 17 oktober 1974, Bologna
Bundel: Overschreven
Eerbetuiging aan: Vogels, Frida 
 

Zywa Het Beloofde Land

Niet in een getto, woestenij of krottenstad
geboren zijn is een feit, geen gunst:

niemand hoeft mij te vermanen
omdat ik niet zelf de akker ontgon
de wegen niet plaveide en fruit eet
van bomen die ik niet heb geplant

Wel in een getto woestenij of krottenstad
geboren zijn is een feit, geen schuld:

niemand hoeft mij te vermanen
omdat ik hierheen ben gekomen
over wegen die ik niet plaveide
om op andermans akker te werken

en mee te eten van de vruchten
van bomen die ik niet heb geplant

Gedicht 682
Amsterdam, 2016-06-11
Jozua 24:13
Bundel: De Koning
 

Zywa
Trefwoord
Vreemden: gast
DuitsEngels5-7-5
PenseelPuimPuinRegenLiefdes
VerdichtTrekvogelsAlsloosFoto
EerbetuigingenOpdrachtenComponistenHome
Aandacht is als zonneschijnVermeld © Zywa bij gebruik van teksten,
tekeningen, ontwerpen, schilderijen en foto's
Woord zoeken:  CTRL-F